Posts tonen met het label Frank Van Laecke. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Frank Van Laecke. Alle posts tonen

donderdag 29 november 2007

Serge Elia

Backstage opende op 24 november 1990 in de Gentse Sint-Pietersnieuwstraat voor het eerst de deuren. Ter gelegenheid van de negende verjaardag ging ik spreken met Serge Elia (°1958), één van die zeldzame mensen die erin slagen hun passionele dromen in realiteit om te zetten.
“Al an jongsaf ben ik bezeten door theater,” zegt Serge. “Vooral door het muziektheater. Ik ben zowat opgegroeid in het toenmalige Arenatheater. Mijn ouders zagen een loopbaan in het theater echter niet zitten. Ik wist zelf ook wel dat ik niet voor acteur in de wieg was gelegd. Daarom studeerde ik maar biologie. Maar na zeven jaar liet ik mijn carrière als genetische manipulator aan de universiteit varen en stichtte ik een NV om de vroegere drukkerij van Vooruit aan te kopen. En dat met slechts één doel voor ogen: theater maken!”
RILLENDE MANNEQUINS
“Ik lastte daarvoor wel een sabbatjaar in. Ik wou nagaan hoe men een theater leefbaar kon houden. Ik mag dan wel een dromer zijn, ik ben tevens een realist en ik weet dus dat theater zelf niet lucratief is,” vertelt Serge. “Dat jaar bracht ik vooral door in de Grote Avond, waar ik alvast geleerd heb dat een café uitbaten een lucratieve aangelegenheid kan zijn. Het Van Crombrugghe Genootschap wilde hun zaal echter niet verkopen, zodat ik moest uitkijken naar een andere locatie. Via Erik Temmerman van Vooruit ben ik dan op dit gebouw gevallen. De meeste mensen verklaarden me gek, want het was een echte ruïne. In een minimum van tijd hadden we het eerste deel van de zaal opgeknapt, ook al hadden we nog geen verwarming op de openingsavond en rilden de geminijurkte mannequins, die de prominenten moesten verwelkomen, van de kou.”
“Vanaf 1993 begonnen wij met eigen producties. Daarnaast kwamen we ook tegemoet aan de vraag naar repetitieruimte. In mijn eigen amateurgezelschap Neon probeer ik mijn passie voor het muziektheater vooral aan jongeren over te brengen. Ik vind dat er op dat vlak nog veel te doen valt. Naast het Ballet van Vlaanderen hebben we nu wel Music Hall, maar dat zijn eerder toeristische trekpleisters dan musicalproducties. Zij zijn verplicht de musicals van Webber of Schönberg te brengen zoals ze werden gecreëerd (*). De eigen creativiteit wordt tot een minimum beperkt.”
“Dat is ook het geval bij het Ballet van Vlaanderen, dat zichzelf een soort van museumfunctie heeft toegedacht. Denk maar aan hun versie van 'The king and I' die in niets verschilt van de film, terwijl er zoveel andere mogelijkheden zijn in het genre. In Londen zat ik bijvoorbeeld 'The return to the forbidden planet': een combinatie van Shakespeareteksten en sixtiespop. Dat moet men uiteraard niet proberen te vertalen. Maar men kan wel zélf zoiets maken. Neem bijvoorbeeld 'De Witte' in combinatie met Vlaamse schlagers. Leuk toch? En we hebben in Vlaanderen genoeg mensen die een originele musical kunnen schrijven. Ik denk dan in de eerste plaats aan Dirk Brossé, maar ook aan mensen als Jan Mariën of Peter Bauwens.”
BACKSTAGE DOET ARENA-HOOGDAGEN HERLEVEN
Tijdens de Gentse Feesten 1996 ging het theater Neon terug naar het jaar 1661. De jonge mensen uit deze musical doen dit echter wel op disco-muziek. Back to the future als het ware! Serge Elia baseerde zijn disco-musical op "The country wife" van William Wycherley. Mits enige overdrijving zou men kunnen zeggen dat dit de Engelse versie is van "Les Liaisons Dangereuses", m.a.w. lustvolle spelletjes met of zonder hoepelrokken, decolletées en bepoederde pruiken.
Wycherley had zichzelf voorgenomen pas te huwen op zijn sterfbed. Hij hield woord: hij huwde én stierf op 20 december 1715 en liet op die manier een lustige weduwe na. Als auteur was hij echter toen al veertig jaar "dood", want toen hij betrapt werd met de minnares van koning Charles II, was het gedaan met zijn bevoorrechte positie aan het hoftheater. Om maar te zeggen dat mijnheer Wycherley op z'n minst even "funky" was als John Travolta. Vandaar dat Serge Elia zijn stuk opvoert op de tonen van "Staying alive", "Ring my bell" en "I love the night life".
I LOVE THE SEVENTIES
De briljante reeks "I love the seventies" op de BBC was nog maar pas afgelopen of het Gentse Theater Neon dompelde ons in oktober 2000 opnieuw in de sfeer van glitterpakjes en olifantenpijpen (**). Met de productie "Disco Nights" brachten zij de danspasjes van John Travolta op de muziek van de BeeGees weer tot leven. Alhoewel dit Theater het zonder subsidies moet stellen, werden voor deze productie meer dan honderd kostuums gemaakt voor 26 jongeren en werd de zaal van Backstage zowat omgebouwd tot een authentieke discoclub.
Het uitgangspunt voor deze voorstelling is dat disco, net als punk in de jaren zeventig, eigenlijk een typische exponent is van een "no future" generatie. In plaats van echter zijn toevlucht te zoeken in agressie (punk), leven de disco kids zich uit in de muziek. Dat maakt natuurlijk ook dat ze het robotiserende van de maatschappij (min of meer) lijdzaam ondergingen om zich naar het weekend te slepen, waar ze dan uit de bol konden gaan (let it all hang out). Vergelijkbaar met de huidige house- en techno-generatie kortom.
ZOON BEKE EN DOCHTER VANDENBOSSCHE SAMEN IN "DISCO NIGHTS"
Eigenlijk vonden ze het niet zo leuk dat zij er werden uitgepikt. De jonge mensen van Theater Neon vormen onder de leiding van Serge Elia een hecht collectief en Piet Beke (17) en Sherolyn Vandenbossche (20) waren van oordeel dat ze geen voorkeursbehandeling moesten krijgen omdat ze toevallig de zoon van burgemeester Frank Beke en de dochter van een ander SP-kopstuk, volksvertegenwoordiger Danny Vandenbossche, waren. Met de opmerking dat het nu eenmaal moeilijk praten is met dertig jongeren tegelijk lieten ze zich uiteindelijk toch over de streep trekken.
Bijna was het hen trouwens gelukt en waren ze gewoon een deel van het geheel gebleven. Er zijn immers meerdere koeien die Beke heten, laat staan Vandenbossche! Maar dat was buiten de trotse ouders gerekend. Politici mogen dan nog proberen op alle momenten hun "cool" te behouden, het wordt moeilijk om de ouderlijke fierheid te verbergen als zoon of dochterlief de show steelt.
"Ja, je moeder is een echte fan, hé?" zegt Sherolyn tegen Piet en, inderdaad, het is de Gentse first lady die, gewild of ongewild, de bal aan het rollen heeft gebracht. Maar vader Vandenbossche moet weinig onderdoen: hij voegde een uitnodiging voor "Disco Nights" bij zijn verkiezingspropaganda!
Laten we eerst en vooral duidelijk wezen: de vaders mogen dan al aan hetzelfde politieke zeel trekken, de kinderen zijn totaal los van elkaar bij Neon terechtgekomen. Zelfs het feit dat Piets oudere broer Jan bij Sherolyn in de klas heeft gezeten, heeft er niks mee te maken. Overigens, Jan, Piet... Je vader heeft er zijn hersenen niet echt over gepijnigd, hé Jan?
"Wil je het verhaal horen? Mijn moeder wou eigenlijk een dochter. Die zou dan An heten. Het was echter een jongen, dus werd het Jan. En toen kwam er een tweede kind. Weer geen dochter. En wat ligt er het meest voor de hand als Jan al bezet is? Inderdaad, Piet. Joris en Korneel zijn er gelukkig nooit gekomen..."
Sherolyn daarentegen is anderzijds een merkwaardige naam...
"Een vriendin van mijn moeder wilde haar kind de naam Sherilyn geven. Maar ook dat werd een jongetje. En dus vroeg mijn moeder of ze de naam mocht overnemen. Maar ze veranderde de i wel in een o. En mijn zus (23) heet Sharon en mijn broer (15) David," voegt ze er volledigheidshalve aan toe.
Maar goed, hoe is Sherolyn bij Neon terechtgekomen? "Toen ik amper acht jaar oud was, wilde ik al zingen en dansen. En mijn moeder is toen over een advertentie van Neon gestruikeld."
"Ik was slechts een beetje ouder," vult Piet aan. "Op tienjarige leeftijd wou ik toneel spelen. Ik kwam echter bij een andere groep terecht, die ik hier nu niet ga noemen, en ik vond het zo'n belachelijk gedoe dat de goesting snel over was. Ik ben toen maar gaan roeien, zoals mijn broer, want ik was toen nogal aan de mollige kant. Na zes jaar waren de kilo's eraf en keerde ik terug naar mijn oude liefde. Precies op mijn zestiende verjaardag, 9 oktober van vorig jaar, ben ik zelf naar Neon gestapt."
En waarom juist Neon? Wegens de musicals?
"Nee, want eigenlijk hou ik meer van teksttheater. Alles wat ik tot hiertoe al op toneel gedaan heb, is compleet tegenstrijdig met mijn karakter."
Denkt hij al aan een professionele carrière?
"Ik zit nu nog op de middelbare school (richting menswetenschappen), maar inderdaad, ik zou graag toneel studeren."
Met de steun van thuis?
"Uiteraard, waarom niet?"
Omdat professionele toneelspelers vaker dan hun lief is met soaps de kost moeten verdienen bijvoorbeeld?
"Soap kan ook plezant zijn. Maar het is geen doel op zich, dat is waar. Applaus in de zaal klinkt beter dan iemand die zegt dat hij je gezicht op teevee heeft gezien."
Bij Sherolyn ligt het enigszins anders. Zij heeft altijd liever gedanst en gezongen dan toneel gespeeld. Ze heeft zelfs al twee jaar musical-opleiding achter de rug op het conservatorium van Brussel. Voor de laatste twee jaren is ze echter verhuisd naar het Nederlandse Tilburg, precies omdat men in Brussel de leerlingen verbiedt in producties te stappen als deze "Disco nights".
En wat als ze afgestudeerd is? Recht naar de musicalafdeling van het Ballet van Vlaanderen, waar papa overigens in de Raad van Bestuur zit...?
Sherolyn is niet echt enthousiast: "Met alle respect, maar er is in België geen musicalcultuur. Het BVV is me dan ook iets te klassiek. Ik vind wat ze doen niet slecht, maar het is mijn ding niet. Geef mij maar modernere stukken, zoals deze Disco Nights of Fame, de volgende musical die we gaan doen. Ook al omdat we in het Engels zingen, wat ze bij het BVV niet doen. Hoe je het ook draait of keert, Engels klinkt mooier. Ook Serge zegt telkens dat hij de liedjes zal vertalen, maar uiteindelijk komt het er toch niet van omdat het niet goed bekt."
Sherolyn doet ook de zangcoaching bij Neon. "Op een dag bleef de zangleraar weg en ik heb toen voorgesteld aan Serge om zijn taak over te nemen. Ik ben begonnen met de kleintjes en toen dat goed bleek te lukken, doe ik het nu voor alle drie de groepen."
ENGAGEMENT
Neon brengt ook altijd musicals met een sociale boodschap, tegen uitsluiting, tegen racisme, tegen rollenpatronen... Heeft dit een rol gespeeld bij de keuze van het kroost van twee socialistische kopstukken?
Beiden schudden ontkennend het hoofd: "De keuze van de stukken ligt helemaal bij Serge."
Serge Elia, die toevallig passeert, hoort zijn naam en wil weten waarover het gaat: "Het is toch beter iets te vertellen dan helemaal niets?" is zijn oordeel.
"Die sociale aanklacht is meegenomen," zegt Sherolyn, "maar het heeft niets met onze keuze te maken."
En later als ze B.V.'s zijn, zullen ze dan hun status aanwenden om in de politiek te stappen?
Piet Beke maakt zich boos: "Zeker niet! Ik vind het eigenlijk verschrikkelijk dat je zoiets durft vragen. Mijn vader zou me nooit dwingen om aan politiek te doen. Zelf gaat hij er volledig voor en werkt zich ervoor te pletter, maar mij trekt het niet aan en hij laat me daar volledig vrij in."
Sherolyn is iets genuanceerder: "Vroeger wou ik rechten studeren en dan net als pa in de politiek te stappen, ik sta immers volledig achter zijn ideeëngoed. Maar uiteindelijk bleek toch dat ik er niet met hart en ziel tegenaan kon gaan. Ik vind het allemaal wat te theoretisch."
In "Disco Nights" hebben ze allebei andere liefjes, daarom maakte Piet Beke van de fotosessie gebruik om Sherolyn eens goed te knuffelen. De première ging overigens een beetje de mist in door stress en allerlei technische probleempjes, "maar nu loopt het echt vlot en amuseren we ons te pletter op de scène," aldus Sherolyn Vandenbossche. Nadat de hoofdfiguur (een heel licht gekleurde Belg) in Antwerpen door een Albanees heethoofd een fles op het hoofd werd geslagen, gingen de voorstellingen zelfs verder alsof er niets was gebeurd. Of hoe professioneel amateurs kunnen zijn!
PUBLIEK GAAT UIT DE BOL BIJ "ALL THAT JAZZ"
Backstage is nog altijd volop bezig om de vroegere drukkerij van onze confraters van Vooruit om te bouwen tot een volwaardige theaterzaal en bijna werd ze door enthousiaste toeschouwers al meteen weer afgebroken. Nu gebeurt het wel meer dat men op premières buitensporig uit de bol gaat, maar de algehele euforie bij "All that jazz" was wel terecht. De jongere generatie begint stilaan het musicalgenre te ontdekken en voor de "oudere jongeren" was het een prettig weerzien. Immers, om regisseur Jaak Van de Velde te citeren: "Dit was als in de hoogdagen van Theater Arena in de Ooievaarstraat."
Men kan niet beweren dat Serge Elia van Backstage zich snel laat ontmoedigen. Ondanks het feit dat zijn subsidieaanvraag werd afgewezen, heeft hij dus toch alweer een dure productie opgezet. Het betreft weliswaar een coproductie met Teater Prometheus, maar als men vaststelt dat de Raad van Bestuur van beide instellingen min of meer dezelfde is, dan zal de financiële weerslag van zo'n samenwerking toch miniem zijn. Iemand als Jo Decaluwe, die zich voor volgend seizoen ook voor een subsidieloze Tinnen Pot geplaatst ziet, vroeg zich dan ook bewonderend af: "Hoe doet hij het toch?"
"All that jazz" is een musical over musicals. Daardoor heeft het iets van een compilatie, een soort "Greatest Hits" (Big spender, Bye bye love, Who's sorry now...), maar dan wel perfect ingepast in een verhaal over hoe het er achter de schermen van de musical aan toegaat.
Auteur is de Amerikaanse danser/choreograaf Bob Fosse (1927-1987), die in deze musical dan ook eigenlijk zijn eigen wedervaren vertelt. In de oorspronkelijke versie verschuilt hij zich nog achter het personage Joe Gideon, maar in Backstage laat men de sluiers vallen en laat Daan Van den Durpel zich gewoon Bob Fosse noemen.
Alhoewel Daan zowat de chouchou was van het Arenapubliek en dus heel goed met de musicalwereld vertrouwd is, beweert hij toch dat dit een personage is dat het verst van hem afstaat. Hij heeft het dan vooral over het autoritaire, gevoelloze karakter van de man. Dat heeft ook te maken met de manier waarop hij met vrouwen omgaat en vooral in het eerste deel heeft Daan het inderdaad niet makkelijk om geloofwaardig over te komen als macho-vrouwenversierder. Na de pauze is hij beter als hij de gevoelige snaar kan bespelen, zoals in zijn jongste soloproductie "U bent mijn moeder". De danspasjes met Mr.Bojangles (Steven Savelkoels) lijken er wel speciaal voor hem ingevoegd.
EROTISCHE ANGELIQUE
In dat tweede deel ligt hij op sterven, wat gesymboliseerd wordt door een raadselachtige schoonheid, die hem voor het laatst het hof maakt. Wanneer hij uiteindelijk voor haar charmes bezwijkt, betekent dit tevens zijn dood. Er is weliswaar een voor de hand liggende verklaring (hartaanval door pepmiddelen, alcohol, sigaretten...), maar voor de makers is het duidelijk dat Angélique (de naam alleen al!) symbool staat voor de dood. In de versie van Backstage werd de rol van Angélique vertolkt door Anna Efthymiadis, waarvan we het acteer- en zangtalent reeds kenden, maar die ons in de slotscènes in een bloedstollend SM-pakje nu ook nog van andere talenten wist te overtuigen. Haar sinds jaar en dag in Ledeberg wonende Griekse ouders hadden alvast fier op de eerste rij plaatsgenomen.
De "sensuele" stijl van Fosse werd door Backstage-choreograaf Christophe Kinds inderdaad fel beklemtoond. Een aantal scènes waren ongecompliceerd erotisch, want tussen Arena en nu staan er natuurlijk masturberende Betty's in Big Brother en erotische party's in de Zillion. Linda Lepomme heeft ooit wel eens met naakte borsten gedanst in Arena, maar dat was dan gewoon omdat haar velcro-sluiting was losgekomen.
Is het dan allemaal zoveel beter dan in de tijd van Arena? Helaas niet alles, nee. Met alle respect moeten we toch een opmerking maken over de meisjes uit de zogenaamde "chorus-line". Zonder namen te noemen moeten we vaststellen dat sommigen duidelijk producten zijn van de hamburgergeneratie. Zonder de meisjes in kwestie nu meteen anorexia aan te praten, zou een kleine inspanning op dat vlak toch aangewezen zijn. En, oh ja, misschien kan een merk van nylonkousen worden aangetrokken als sponsor, want de stay-ups waren nu eerder stay-downs...

Ronny De Schepper

(*) Denk op dat gebied ook op het conflict dat zich in de zomer van 2007 voordeed, toen Frank Van Laecke aan het Donkmeer een versie van “West Side Story” wou brengen, die naar Vlaanderen “vertaald” werd in een conflict tussen autochtone en allochtone jongeren.
(**) Zonder splitsing, jawel, dat grapje is nu immers stilaan wel bekend. Alhoewel, er komen toch steeds nieuwe varianten naar boven, zoals gisteren (28/11/2007) nog in “De Laatste Show”. Jan Leyers vertelde daarin dat Soulsister eens in het Duits werd geïnterviewd in de tijd vóór “The way to your heart”. Het meisje dat het interview deed, wilde weten wat hun grootste hit tot dan toe wel was. “Like a mountain” antwoordde Jan, maar dat zei het meisje niks. “Vielleicht können Sie es mir mal Pfeifen?” vroeg ze, waarop Polle Pap even de kluts kwijt was...

dinsdag 27 november 2007

Koen Crucke

Tijdens de periode rond kerstdag zal Koen Crucke ongetwijfeld hier of daar wel weer een recital brengen begeleid door het combo van Willy Claes.

Willy Claes heb ik uiteraard nooit geïnterviewd, al heeft Zijne Majesteit zich ooit wel verwaardigd om het woord tot mij te richten. Dat was tijdens mijn kortstondig verblijf op het kabinet van vice-minister-president Norbert De Batselier, onzaliger gedachtenis. Alhoewel ik daar officieel als perschef rondliep, werd ik overal buitengehouden, ook buiten de eetfestijnen die daar – terloops gezegd: vlak voor de deur van mijn bureau – dagelijks werden bereid. Toen ik daar dus noodgedwongen toch eens moest “binnenwippen” voor een boodschap, werd ik door Claes verzocht een fles water (geen Spa Rood maar Spa Blauw, van Claes had ik niks anders verwacht) mee te brengen. Hij dacht dat ik een “garçon” was! Enfin, ’t was natuurlijk zijn fout niet dat ik daar niet welkom was, dus ik kan er eigenlijk nog wel mee lachen. Anders zou ik het trouwens niet vermelden. Dat is immers het leuke aan zo’n blog. Ik beweer niet dat je zo maar een loopje kunt nemen met de waarheid, maar je kan ze wel zonder enig probleem verzwijgen. Vandaar dat ik wat afleuter over De Rode Vaan, waar ik “the time of my life” had, en dat je haast nooit iets leest over de even lange periode dat ik daarna voor de sossen heb gewerkt.
Maar goed, Koen Crucke heb ik uiteraard wél geïnterviewd. Eerst nog op De Rode Vaan, maar dat heb ik voorlopig nog niet teruggevonden, daarna voor Het Laatste Nieuws, weliswaar geen partijblad zoals de RV, maar toch de liberale vrienden niet ongenegen (*). In "Het Laatste Nieuws" van 10/8/2000 vernamen we trouwens waarom Koen Crucke in de gemeentepolitiek (VLD) is gestapt: hij wilde Gent een operettetheater bezorgen. Tien jaar geleden zou ik hem gelijk gegeven hebben. Daar is inderdaad "een publiek voor", zoals hijzelf beweert. Alleen, en dat moet Koen toch ook weten: dat publiek sterft uit. Letterlijk dan, hoe triest deze vaststelling ook mag zijn. En nu, bijna twintig jaar na het ter ziele gaan van de Opera van Vlaanderen, stellen we dus vast dat de Vlaamse Opera bomvolle zalen trekt met een nieuw, jong publiek voor een nieuwe, "jonge" programmatie. Koen zelf mag daar voor of tegen zijn, dat maakt niks uit, het is gewoon een feit. De grote operetterevival daarentegen, die ons tien jaar geleden werd beloofd, is er nooit gekomen. Dat was de tijd dat zelfs iemand als Herwig De Weerdt zich nog geroepen voelde om een "hedendaagse operette" te schrijven. Niks meer van gehoord. Zelfs de tandem Frank Van Laecke/Dirk Brossé die hiervoor in de wieg lijkt gelegd, heeft geen interesse. Johan De Smet misschien wel, maar die is in staat het libretto te laten schrijven door Kamagurka en dan krijgen we vast iets anders dan wat Koen Crucke bedoelt. Nee, af en toe zal een klassieker uit het genre ("Das Land des Lächelns", “Die Lustige Witwe” of de onvermijdelijke "Fledermaus") nog eens opduiken, maar voor de rest is dit genre dood en begraven. En binnenkort ook zijn laatste fans...
Nadat hij verkozen werd, richtte Koen Crucke zijn pijlen vooral op Gerard Mortier. Met name diens project voor een Muziekforum in Gent probeerde hij met alle macht tegen te houden omdat het toch enkel maar Mortiers eigen megalomanie zou dienen: "Weet je wat zijn allereerste beleidsdaad was toen hij directeur van de Vlaamse Operastichting werd? Hij liet alle muziek-, foto- en decorarchieven letterlijk verbranden. Toen de huidige directeur, Marc Clémeur, een viering voor de grote Rita Gorr wilde opzetten, vonden ze zelfs geen foto meer van haar... Mensen die tabula rasa maken met alles wat voor hen geleefd heeft, vind ik ronduit gevaarlijk." (Koen Crucke over Gerard Mortier in Humo van 8/1/2002)
Koen Crucke werd geboren op 11 februari 1952 in Gent, haalde zoals het voor iemand met zijn geaardheid hoort een kappersdiploma (**), maar hij zong liever. Hij wordt dan ook zanger bij het Novelty Combi van Firmin Steyaert en treedt vooral op op schippersbals in de Muide. Via Piaf, Brel en natuurlijk Will Ferdy, begint hij ook interesse te krijgen voor operette. Hij volgt les bij Yvonne Vanderieck en nadat hij een paar nummers van Franz Lehar heeft gezongen bij Karel Locufier, wordt hij op 18-jarige leeftijd aangeworven in het koor van Liane Soudan bij de Gentse opera, tegen een overeenkomst van zes maanden werken en zes maanden stempelen. Tijdens die stempelperiode volgt hij les aan het conservatorium.
Met Janine Martony zal hij daarna gedurende tien jaar een quasi vast operette-duo vormen in de Gentse opera. Maar hij zong daar ook serieuze rollen. Zo was hij een jood in "Salome" van Richard Strauss in oktober 1983, begin '85 speelde hij Triquet in "Yevgeny Onegin" en daarna zelfs "une voix, Porcus, héraut I & le clerc" in Honeggers "Jeanne d'Arc au bûcher" in april van datzelfde jaar. Nadat hij nog eens Sigismund Sülzheimer in "Het Witte Paard" (november 1985) had mogen zijn, was hij een half jaar later zelfs Skoeratov in "Kroniek uit een Dodenhuis" van Janacek. Uiteraard ging de rol van Sancho Panza in "The Man of La Mancha" hem beter af in mei 1986.
In 1988 werd hij zoals zovelen ontslagen bij de opera. Hij maakte van de nood een deugd, deed meer aan theater en presenteerde ook een programma van lichtklassieke muziek op de BRTN en belandde zo in het jeugdprogramma Samson, waardoor zijn populariteit ongekende hoogten bereikte. In 1994 maakte hij voor de BRTN een programma dat werd afgevaardigd naar het Festival van Monte-Carlo. Het meest merkwaardige hiervan was dat Hugo Claus hieraan z'n medewerking had verleend. Claus had namelijk daarvoor reeds twaalf sonnetten aan Crucke gegeven om deze op muziek te zetten! Tijdens de Gentse Feesten van datzelfde jaar lanceert hij samen met de bariton Guido Naessens "Toreador, den opera is versmuurd", een CD met bekende operamelodieën in het Gents en ook liederen van Hélène Marechal, zoals "De coureurs". Hun optreden op de Gentse Feesten was een enorm succes.
Een jaar later stond Koen Crucke er weer, maar ondanks het feit dat de nieuwe CD "Toreador 2, uuk d'operette is versmuurd" opnieuw tot stand kwam met Guido Naessens, was het Manu De Canck die met Crucke op het podium van St.Baafs stond. Hoe kwam dat nu, Koen? "Een meningsverschil met mijn manager, Jan Gheysens, de vroegere assistent-directeur van het NTG. Ik werk daar reeds 25 jaar uitstekend mee samen en ik kan dus getuigen dat het weliswaar een man is die orde op zaken wil stellen, maar dat hij zeker geen moeilijk mens is (***). Toch meldde Guido op een bepaald moment dat hij niet langer akkoord kon gaan met het concept. Maar toen was het te laat om daar nog iets aan te veranderen. Ik verwijs dan altijd naar mijn eerste directeur in de opera, Karel Locufier. Die zei altijd: ge moogt ruzie maken, zoveel ge wilt, maar eens dat het doek opgaat, moet ge dat allemaal vergeten zijn. Ik heb achteraf ergens gelezen dat Guido verklaarde dat hij moeite had met de geplogenheden van het populaire circuit en dat zal het dan wel eerder geweest zijn, zeker? Ik kan daar trouwens inkomen. Als hij dat niet graag doet, dan is het beter dat hij eruit stapt. Zelfde vrienden." (****)
En jij, Koen, heb jij nog ambities in het ernstige circuit? "Heel zeker. Op de aperitief- en theeconcerten op het Laurentplein en in het Stadsarchief zing ik met mijn vaste pianist Miguel Wiels trouwens ernstige opera- en operettemelodieën."
Maar de Vlaamse Opera daarop reken je niet meer? "Waarom niet? Ik heb ook nog Britten en Janacek gezongen, hoor, ik heb daar dus niks tegen. Maar ik vind wel dat er te weinig aandacht wordt besteed aan het grote publiek. Het is veel te duur geworden, dat al op de eerste plaats. Jan met de Pet komt er nu niet meer in. En dan de nochtans erg populaire operette, hé, die is versmuurd."
Vandaar dat in jouw programma vooral operette-melodieën aan bod komen? "Inderdaad. Het was de bedoeling dat Guido en ik uitsluitend teksten zouden schrijven op melodieën van Lehar, Kalman of andere grote operette-componisten, maar toen kwam Guido toch weer met Bizet en Rossini af, waaruit misschien toen al bleek dat er moeilijkheden zouden rijzen."
Maar Manu De Canck, die we o.a. kennen van Artsen tegen Kanker, is geen klassieke zanger. "Dat is waar, maar dat zal geen probleem vormen. We zijn reeds volop aan het repeteren en de meezingers van vorig jaar, zoals 'De koereurs' zullen zeker in een medley verwerkt worden. De nadruk ligt echter uiteraard op de nieuwe CD, evenwel zonder de nummers die Guido heeft geschreven."
Zo zullen we dus wel de ode aan Dille moeten missen.
En het orkest? "Dat wordt geleid door Bart Bracke van de musical-afdeling van het Ballet van Vlaanderen, tevens de broer van Danny Sinclair. Dat is nog een suggestie van Guido, want die had met hem samengewerkt voor 'Suske en Wiske', de succes-musical van het KJT. Ik neem aan dat de meeste orkestleden ook van het Ballet zijn, maar Miguel Wiels doet uiteraard ook mee. Wat ik trouwens erg belangrijk vind, is dat Manu een echte Gentenaar is, zodat we volop kunnen inspelen op het publiek. Dat hebben we trouwens reeds gemeld aan de mensen van de VRT die het hele concert zullen opnemen om het ergens in augustus uit te zenden. We hebben gezegd: kijk, dit is het scenario, maar wees niet verbaasd als we daarvan afwijken. Het publiek is immers koning op de Feesten."
Het openingsconcert van de Gentse Feesten 1995 door Koen Crucke op het Sint-Baafsplein is uitgedraaid op een geweldig succes, niet alleen voor de Gentse tenor zelf, maar ook voor zijn gelegenheidspartner Dr.Manu De Canck, die op drie weken tijd de plaats van bariton Guido Naessens moest innemen. Zelfs de dreigende regen kon de pret niet deren want buiten een paar regendruppels tijdens een enthousiast meegeklapte Radetzky-mars werden de hemelsluizen grotendeels gesloten gehouden.
In zekere zin waren het zelfs betere omstandigheden dan vorig jaar toen het snikhete weer een marteling was voor sommige toeschouwers, die dicht opeengepakt zaten. Dat was ook nu weer het geval en daarom kon het zeker geen kwaad dat het concert zowaar vier minuten te vroeg begon (terwijl men elders tijdens de Feesten soms uren vertraging oploopt), want tijdens de duur van het concert was er gewoon geen doorkomen meer aan. Over het algemeen droegen toevallige voorbijgangers echter gelaten hun lot, om niet te zeggen dat ze zich eveneens in de uitgelaten menigte stortten.
Ook de aanwezigheid van de televisie werkte blijkbaar stimulerend op het publiek en er werd dan ook, dankzij de door HLN geleverde teksten, flink meegezongen. Al is "meegebruld" een betere omschrijving. De vraag is wel in welke vorm dit spektakel uiteindelijk op de BRTN zal te zien zijn, want een aantal liederen, zoals de ellenlange "Snijdersbank", met als refrein "Mie schijt stront op de boord van haar hemd", kunnen er tijdens de Gentse Feesten misschien nog net mee door (alhoewel), maar op het kleine scherm krijgt dit toch een gans ander karakter. Het werd er dan ook terecht uitgeknipt, met nog een aantal andere fragmenten in dezelfde zin.
Dit lied was ook symptomatisch voor de verschuiving die heeft plaatsgehad ten opzichte van vorig jaar. Eigenlijk had dit optreden, ondanks het feit dat men af en toe gebruik maakte van populaire operette-melodieën, nog weinig te maken met de parodie op bekende opera-aria's, waarmee Guido Naessens ooit is gestart en daarom lijkt het bijna logisch dat hij uiteindelijk uit de show is verdwenen. Manu De Canck bleek daar inderdaad beter in te passen, ook al kon men in de iets moeilijker melodieën horen dat hij inderdaad geen klassiek geschoold zanger is. Dat bleek echter geen probleem te zijn. Integendeel zelfs. Als De Canck af en toe in een eigen Gents rock'n'roll-nummer uitbarstte, had ook hij het Sint-Baafsplein op zijn hand. Daarbij werd hij goed gesteund door een zeskoppig orkestje, geleid door Bart Bracke aan de vleugel met verder vier synthesizers en een drummer. Je ziet het, opera is ver weg. Toen de klankbalans werd gemaakt, speelde men zelfs een soort van jazz en men kreeg er nog applaus voor ook. Het meeste applaus volgde echter op het lied gewijd aan Romain Deconinck. De slotzin "met de Minard is het nu ook voorbij" werd door de Gentenaars gretig beaamd. Maar toch moest Koen Crucke nog niet wanhopen: zijn show mocht dankzij het stadsbestuur zowaar in de opera zelf nog eens worden gebracht. Eerst dacht ik dat dit een grap was, maar later op de avond werd het bericht bevestigd door cultuurschepen Dany Van den Bossche. Er zijn geen normen meer. Typisch postmodernistisch.
Koen Crucke: "Zingen is meer dan geluid voortbrengen met je stembanden. Je moet ook over het juiste gehoor beschikken. En toon weten te houden. Ik heb al leerlingen gehad, met aanleg en zeker met een goede stem, die niet eens een piano‑do kunnen nazingen. Als je zingt hoor je jezelf niet, je weet niet eens dat je fout zit. Ik heb mijn stem ook leren kennen door het beluisteren van opnames. Ik hou van mooie stemmen, ook van spreekstemmen. Ik luister meteen welke kleur, welk stemtype iemand heeft. Een lage bas? Een lyrische bariton? Of een lichte tenor? Voor mij heeft Pavarotti de mooiste lyrische tenorstem die ooit opgenomen is. Bij de vrouwelijke operazangers gaat mijn voorkeur naar Montserrat Caballé. Die stembeheersing, die emoties, dat gevoel. Niets is mooier. Er wordt in Vlaanderen veel gezongen, weet je. Er zit een schat aan talent in de Vlaamse koren. Maar veel begaafde mensen maken daar hun stem eigenlijk kapot. Iedereen moet immers gelijk klinken. Er is weinig ruimte voor eigen interpretatie, en bijgevolg worden de stemmen lui. Want een zanger, dat is zoals een sportman. Wij trainen ook. Voor een optreden warmen wij onze stem op. Zingen doe je met je hele lichaam. Zelfs je voeten moeten goed staan. In vakjargon zeggen wij 'zingen in het masker', in de mond‑ en neusholte. Een stem moet in dat masker naar voren komen, resoneren. Door een goede resonans krijgt een stem draagkracht. Hoe kan een operazanger anders optreden zonder mikro? Aanleg om te zingen is dus meer dan twee goede stembanden. Jammer genoeg kunnen jonge mensen met aanleg voor opera in ons land maar moeilijk de kost verdienen. Ik ken verscheidene voorbeelden. Pas afgestudeerd, prachtige stemmen, jarenlang elke dag geoefend. Met in België maar één uitweg: les geven. Daarvoor doe je die zangstudies toch niet? Talent komt gelukkig nog via buitenlandse agentschappen aan de bak. In Hamburg bijvoorbeeld worden jaarlijks audities georganiseerd voor een publiek van teaterdirecteurs. Daar worden nog contracten getekend."
Tijdens de Gentse Feesten 1996 was Koen Crucke zowat overal te zien, maar wie hem zeker niet wilde missen, die kon iedere dag in Koens eigen taverne terecht destijds, namelijk "Den Toreador" aan het Sint-Annapleintje. Tijdens de Feesten lag de nadruk nog steeds op zijn Gentse bewerkingen van gekende opera- en operettemelodieën en Koen presenteerde ze dan ook in onversneden Gents en met een strop rond de hals. De muziek stond op band, dus veel mogelijkheid tot improviseren was er niet, maar toch werd er door de aanwezigen uit volle borst meegezongen, ook al kwamen ze dan b.v. uit Maaseik. Limburgers die over "stukskes bloende" en "een purgoasse" zingen, je moet het horen om het te kunnen geloven! Na een zestal nummers was Koen aan een eerste pauze toe, "want 't is hier een café, zulle," zoals hijzelf zei.
De laatste keer dat ik hem tegen het lijf liep was in 1998 bij de opvoering van "Masterclass" in het NTG. Hij juichte er Chris Lomme hartstochtelijk toe in haar rol als Maria Callas. En aangezien ik vlak naast hem zat, kan ik getuigen dat hij zelfs tot tranens toe bewogen was. Toch nog een gevoelig knaapje, onze Koen!

Ronny DE SCHEPPER

(*) En waarom niet trouwens? Ik heb zelf heel goede herinneringen aan blauwe excellenties. Vooral dan aan Rudy Van Quaquebeke en de huidige minister Marino Keulen, die ik nog heb meegemaakt toen hij zijn eerste passen in de nationale politiek heeft gezet. In de tijd dat ik voor de Sossen vaak naar het parlement moest, heb ik op het kabinet van André Denys nog naar een voetbalwedstrijd van de Rode Duivels tegen Korea gekeken. Naast mijzelf was er ook iemand van de Volksunie aanwezig en iemand van de Groenen. En Mieke Van Hecke van de Tsjeven. Samen met haar won ik trouwens de pronostiek. De liberalen zijn gewoon de joviaalste politici, dat is algemeen geweten. Toen Dewael minister van cultuur was en het rommelde op De Rode Vaan vroeg ik aan zijn kabinetsmedewerker Jari Demeulemeester, de huidige directeur van de Ancienne Belgique en een goede vriend van jaren her, of ik soms op het kabinet terechtkon. Die vond dat toen een goede grap, maar ik méénde dat, hoor! Cultuur is sowieso toch al niet onderhevig aan de Vrije Markteconomie, waarom zou ik daar dus niet hebben kunnen werken?
(**) Koen Crucke in "Story": "Mijn doorbraak kwam laat (…) maar daarom geniet ik er niet minder van. Alleen jammer dat mijn grote vriend dit succes niet meer mocht beleven. Terwijl juist hij altijd in mij bleef geloven, ook als het wat minder goed met mij ging." En die grote vriend, dat was dan Achille, de kapper waar Koentje Crucke op 14-jarige leeftijd als leerjongen ging werken. "Achille was niet alleen kapper, maar ook organisator van travestieshows in Gent, waarbij hij zelf als Donna Winter (in tegenstelling met Donna Summer) een act ten beste gaf." Achille stierf trouwens van een hartinfarct in Spanje, een reis die hij had gewonnen met een travestieshow...
(***) En of dat Crucke redenen had om over Gheysens te kunnen getuigen: het was zijn liefdespartner. Als ik me niet vergis, zijn ze ondertussen zelfs officieel getrouwd. Koen Crucke in "Uit in Gent": "Ik schaam me niet voor mijn seksualiteit, maar ik loop daar ook niet opvallend en agressief mee te koop. Je zult me niet zien militeren op allerlei benefieten rond homoseksualiteit of Aids zoals Kurt Van Eeghem b.v., met alle respect voor diegenen die het wel doen. Ik hou die zaken strikt gescheiden. Ik ben een zanger en ik zing voor iedereen, voor homo en hetero, mijn seksuele voorkeur heeft daar niets mee te maken. En in mijn privéleven beleef ik mijn intimiteit zoals ik dat wil." Kortom, hij is "een homo, maar niet van het opdringerige soort" zoals hij in Humo van 26/12/2000 verklaart. Guy Mortier (want hij zal ongetwijfeld wel zijn) zet daar dan ook als titel boven: "Schroom er niet voor u te bukken in de nabijheid van Koen Crucke." In "Dag Allemaal" klinkt dat natuurlijk helemaal anders: "Ik ben niet echt op zoek naar een vaste relatie. Ik hou van verandering, van avontuurtjes. Ik ben een mens van vlees en bloed. Ik heb ook behoefte aan lichamelijke liefde. Hoewel dat er de laatste tijd haast niet meer van komt. Soms denk ik: oei, is het al zolang geleden?” Over het geslacht van de personen met wie hij die avontuurtjes heeft, wordt (misschien met medeweten van interviewer Bart Alleman) niet gerept...
(****) Misschien is Crucke gewoonweg te beleefd om de waarheid te zeggen. Niet veel later zou Naessens in opspraak komen wegens zedenfeiten en ik neem aan dat er geen enkele B.V. is die met zoiets graag in verband zou worden gebracht.