Terwijl in eigen land iedere muziekliefhebber met spanning de Elisabethwedstrijd zat te volgen, zat de jonge Gentse cellist Tom Van Landschoot (°1973) in Bukarest voor een soortgelijk evenement. Hij eindigde er als vierde laureaat. Ik ging hem opzoeken op zijn studeerkamertje in de Buisstraat in Drongen, waar hij midden de jaren negentig nog steeds bij zijn ouders woonde.
Zijn exotische vissen zijn al gaan slapen, behalve een paar dat hij heeft afgezonderd om te kweken. "Maar ze willen niet," zucht hij. Nu ja, ze hebben ook heel weinig privacy. Iedereen weet dat zo'n aquarium onderhouden een dagelijkse job is, maar Tom kan dat zonder problemen doen. Hij studeert weliswaar in Maastricht, maar hij is toch zelden van huis. Eén keer per week blijft hij daar slapen bij kennissen, maar meestal rijdt hij gewoon op en af met de trein. "Een makkelijke verbinding," zegt hij.
Dat zal wel, maar waarom niet gewoon in Gent gestudeerd?
"Tot vorig jaar zat ik inderdaad in de klas van France Springuel en daarover was ik heel tevreden, echt waar, het is niet omwille van haar dat ik ben weggegaan. Maar wegens de hervormingen in het kader van de HOLT-structuur had ik nu heel veel vakken en heel veel les, zodat er nog weinig tijd overbleef om echt cello te studeren. De organisatie in het conservatorium is bovendien zo slecht dat je net zo goed 's morgens om acht uur en dan nog eens 's avonds om acht uur les kan hebben. Dan zou ik eigenlijk al op kot moeten gaan vlakbij het conservatorium om toch tussendoor nog wat cello te kunnen spelen. Maastricht is op alle vlakken veel studentvriendelijker, zeker voor buitenlanders: meer kans om te studeren, minder bijvakken en een goede leerkracht natuurlijk, Mirel Jankowicz, die nu een negental jaar in Nederland woont."
Wie is eigenlijk uw groot voorbeeld op cello?
"Wijlen Jacqueline Du Pré. Een legende gewoon, ook al omdat ik ze nog nooit heb gezien. Ik bezit wel al haar opnames maar zelfs op televisie heb ik ze nog niet gezien. Ik ben echt heel benieuwd. Mijn vader daarentegen heeft als cellist in het Nationaal Orkest van België nog met haar gespeeld. Daar ben ik heel jaloers op. Als ik nu tien jaar vroeger geboren was, had ik misschien nog cursus bij haar kunnen volgen."
Is dat dan meteen het antwoord op mijn vraag waarom je cello speelt i.p.v. zoals andere jongeren in megadancings rond te hossen.
"Ja, voor mij was dat iets heel natuurlijks. Ik ben begonnen toen ik zes was en ik heb eigenlijk nooit zin gehad om iets anders te gaan doen en zeker niet om naar die dancings te gaan. Maar ik heb wel vrienden die dat doen."
Dus niet geplaagd op school?
"Toch wel, maar dat hoort er nu eenmaal bij. Kinderen zijn heel hard tegen elkaar. Vandaar dat ik dan later in Brussel naar de kunsthumaniora ben gegaan en dat was echt een openbaring. I.p.v. uitgelachen te worden, werd je nu juist gerespectéérd omdat je muzikant was."
Hoe ben je dan in Bukarest terechtgekomen?
"Nou gewoon, met het vliegtuig. Zij het dat ik wel twee plaatsen moest reserveren, want een cello kan je nu eenmaal niet in de bagageruimte achterlaten. En dat dus terwijl ik heb deelgenomen op eigen kosten. Ik ben nu nog altijd op zoek naar sponsors om mijn onkosten toch min of meer te kunnen recupereren. Om kosten te sparen ben ik er ook helemaal op mijn eentje naartoe getrokken, al ben ik in Bukarest wel een medestudent tegengekomen, waarmee ik dan de kamer heb gedeeld. Die lag er echter na de eerste ronde reeds uit, zodat die de hele verplaatsing gemaakt had om amper een kwartiertje te spelen!"
Waarom neem je dat risico dan?
"Om dezelfde reden als die welke de deelnemers aan de Elisabethwedstrijd aanhaalden: om aan optredens te geraken. Iedereen hààt wedstrijden, maar het is echt een noodzakelijk kwaad. Dat bleek ook in de finale: de Roemenen die samen met mij in de finale geraakt waren, hadden alle drie reeds vaak met orkest gespeeld. Voor mij was het echter de eerste keer dat ik de Rococo-variaties van Tsjaikovski met orkest uitvoerde. Ik had alleen podiumervaring met kamermuziek, vandaar ook dat ik in de tweede ronde zo'n goede indruk had nagelaten. Hier in Drongen heb ik reeds twee concerten gegeven, één met Filip Martens en één met Guy Penson. En in de muziekschool op de Poel hebben we dit jaar nog werk gecreëerd van Stefaan Van Heertum."
Je vader is orkestlid, maar zelf ambieer je blijkbaar een solistencarrière.
"Dat wil zeggen: ik wil zo hoog mogelijk geraken, maar indien het niet lukt... Ik heb trouwens reeds meegespeeld met het orkest van de Vlaamse Opera."
En verder? Ik zou het echt niet weten. Sinds het interview heb ik taal noch teken vernomen van Tom. Dus, Tom, mocht je dit lezen, aarzel niet om me te vertellen hoe het verder met je carrière is gegaan!
Posts tonen met het label Jacqueline Dupré. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jacqueline Dupré. Alle posts tonen
maandag 11 februari 2008
zondag 10 februari 2008
France Springuel
France Springuel was in 1969 (année érotique) als dertienjarige reeds verliefd geworden op de leraar van haar zus Marie-Christine, zijnde violist Rudolf Werthen. Toch zou het nog duren tot 1988 vooraleer hij effectief met France zou huwen. France Springuel over de tijd van hun kennismaking: "Ik belde hem vanuit Brazilië dat ik eenzaam was en 's morgens vroeg werd er aan mijn deur geklopt: daar stond hij."
France's grote voorbeeld is Jacqueline Du Pré, ook al heeft ze die nooit live zien optreden. In de nacht van haar dood deed ze dan ook de gelofte dat ze ooit iets zou doen om haar nagedachtenis te eren. Haar eerste CD (met Bruch, Schumann en Tsjaikovski) aan haar opdragen was slechts klein bier tegenover het idee om een toneelstuk over haar te laten schrijven door Frank Van Laecke. Dat werd dan "Smiley" in 1999, waarin France werken "naspeelt" van Bruch, Brahms, Bach en natuurlijk Elgar, maar ook muziek die voor Du Pré "had kunnen" geschreven zijn (Kantsjeli en Tavener). De idee voor het stuk is dus ouder dan de film "Hillary and Jackie", maar toch kan men het als een soort "rehabilitatie" beschouwen.
Het leeftijdsverschil is echter te klein opdat Du Pré ook de reden zou kunnen zijn dat France voor de cello heeft gekozen. In tegenstelling met de passionele verhouding van Du Pré tot "de" cello, was het bij Springuel puur toeval. Haar zus was immers een soort van wonderkind op de viool en "uit compensatie" opteerde France dan voor een cello. Ze wilde namelijk een instrument dat gróter was dan dat van haar geprezen zus. Nadat ze de Tsjaikovski-prijs had gewonnen, werden de rollen echter omgekeerd. Marie-Christine speelt nu in een orkest in Brazilië, terwijl France een wereldsoliste zou kunnen zijn.
Maar ook al omdat France zelf (overigens laureate in de Tenutowedstrijd 1978) niet echt van tournees houdt, heeft ze haar solistencarrière bewust op een laag pitje gehouden. Werthen noemt haar "Moeder Teresa" en heeft het over haar "speciale relatie" tot dieren. "Het liefst zou ze in de oceaan (dus niet in een afgesloten ruimte) gaan zwemmen met dolfijnen!" Of ze om zo "natuurlijk" mogelijk te zijn dat ook naakt zou doen, zegt hij er niet bij en we kunnen het ook niet raden want het is toch wel van een andere orde dan "poseren met blote boezem om platen te kunnen verkopen, zoals collega's van haar doen". Om nog van de tegenprestaties tegenover dirigenten te zwijgen!
Toch obsedeert het hem blijkbaar een beetje want bij ieder optreden, waar het maar enigszins te pas komt, vertelt hij het verhaal van de blote celliste met een doorkijkcello (een stapje verder dan die uit "Taking off" van Milos Forman dus). Ook nog een laatste opmerking over die dierenaffaire: in tegenstelling tot het rollenpatroon is Werthen de "kattenmens" en Springuel de hondenliefhebber (Bonzo en Mimi). Maar, nu je het zegt, daar kan ik wel inkomen.
France Springuel is ook de organisatrice van het Festival van de Leie. Ondergetekende moet toegeven dat ook hij dacht dat ze slechts het uithangbord moest vormen voor alweer een nieuw initiatief van haar muzikale duizendpoot. Ik herinner me alvast één persconferentie waarop mooie France, haar Festival of niet, nauwelijks aan het woord kon of mocht komen. In de realiteit blijkt het echter wel mee te vallen: met haar strijkstok als een vermanend zweepje in de hand, neemt France wel degelijk het heft in handen op de repetities, die (zoals men misschien wel weet) gratis door alle belangstellenden mogen worden bijgewoond.
Het Festival is dan ook in de eerste plaats tot stand gekomen om het belang van de muziek als communicatiemiddel te beklemtonen. In het prachtige kader van het museum Dhondt-Dhaenens te Deurle, krijgt het publiek dan ook de kans om actief betrokken te worden bij het wordingsproces van een concert. Op die manier kan men grote internationale coryfeeën van de muziek ook eens in short en op sloffen aan het werk zien en horen. Echt iets voor Jean-Luc Dehaene, die dan wellicht niet in zijn nopjes mag zijn met de separatistische trekjes van collega Luc Vandenbrande, maar op één punt zijn ze het blijkbaar volledig eens: "Ik heb enkele concerten van I Fiamminghi bijgewoond en dat was telkens een feest: mijn lievelingsinstrument is de cello en France Springuel van I Fiamminghi is een van de beste cellisten van de wereld."
France's grote voorbeeld is Jacqueline Du Pré, ook al heeft ze die nooit live zien optreden. In de nacht van haar dood deed ze dan ook de gelofte dat ze ooit iets zou doen om haar nagedachtenis te eren. Haar eerste CD (met Bruch, Schumann en Tsjaikovski) aan haar opdragen was slechts klein bier tegenover het idee om een toneelstuk over haar te laten schrijven door Frank Van Laecke. Dat werd dan "Smiley" in 1999, waarin France werken "naspeelt" van Bruch, Brahms, Bach en natuurlijk Elgar, maar ook muziek die voor Du Pré "had kunnen" geschreven zijn (Kantsjeli en Tavener). De idee voor het stuk is dus ouder dan de film "Hillary and Jackie", maar toch kan men het als een soort "rehabilitatie" beschouwen.
Het leeftijdsverschil is echter te klein opdat Du Pré ook de reden zou kunnen zijn dat France voor de cello heeft gekozen. In tegenstelling met de passionele verhouding van Du Pré tot "de" cello, was het bij Springuel puur toeval. Haar zus was immers een soort van wonderkind op de viool en "uit compensatie" opteerde France dan voor een cello. Ze wilde namelijk een instrument dat gróter was dan dat van haar geprezen zus. Nadat ze de Tsjaikovski-prijs had gewonnen, werden de rollen echter omgekeerd. Marie-Christine speelt nu in een orkest in Brazilië, terwijl France een wereldsoliste zou kunnen zijn.
Maar ook al omdat France zelf (overigens laureate in de Tenutowedstrijd 1978) niet echt van tournees houdt, heeft ze haar solistencarrière bewust op een laag pitje gehouden. Werthen noemt haar "Moeder Teresa" en heeft het over haar "speciale relatie" tot dieren. "Het liefst zou ze in de oceaan (dus niet in een afgesloten ruimte) gaan zwemmen met dolfijnen!" Of ze om zo "natuurlijk" mogelijk te zijn dat ook naakt zou doen, zegt hij er niet bij en we kunnen het ook niet raden want het is toch wel van een andere orde dan "poseren met blote boezem om platen te kunnen verkopen, zoals collega's van haar doen". Om nog van de tegenprestaties tegenover dirigenten te zwijgen!
Toch obsedeert het hem blijkbaar een beetje want bij ieder optreden, waar het maar enigszins te pas komt, vertelt hij het verhaal van de blote celliste met een doorkijkcello (een stapje verder dan die uit "Taking off" van Milos Forman dus). Ook nog een laatste opmerking over die dierenaffaire: in tegenstelling tot het rollenpatroon is Werthen de "kattenmens" en Springuel de hondenliefhebber (Bonzo en Mimi). Maar, nu je het zegt, daar kan ik wel inkomen.
France Springuel is ook de organisatrice van het Festival van de Leie. Ondergetekende moet toegeven dat ook hij dacht dat ze slechts het uithangbord moest vormen voor alweer een nieuw initiatief van haar muzikale duizendpoot. Ik herinner me alvast één persconferentie waarop mooie France, haar Festival of niet, nauwelijks aan het woord kon of mocht komen. In de realiteit blijkt het echter wel mee te vallen: met haar strijkstok als een vermanend zweepje in de hand, neemt France wel degelijk het heft in handen op de repetities, die (zoals men misschien wel weet) gratis door alle belangstellenden mogen worden bijgewoond.
Het Festival is dan ook in de eerste plaats tot stand gekomen om het belang van de muziek als communicatiemiddel te beklemtonen. In het prachtige kader van het museum Dhondt-Dhaenens te Deurle, krijgt het publiek dan ook de kans om actief betrokken te worden bij het wordingsproces van een concert. Op die manier kan men grote internationale coryfeeën van de muziek ook eens in short en op sloffen aan het werk zien en horen. Echt iets voor Jean-Luc Dehaene, die dan wellicht niet in zijn nopjes mag zijn met de separatistische trekjes van collega Luc Vandenbrande, maar op één punt zijn ze het blijkbaar volledig eens: "Ik heb enkele concerten van I Fiamminghi bijgewoond en dat was telkens een feest: mijn lievelingsinstrument is de cello en France Springuel van I Fiamminghi is een van de beste cellisten van de wereld."
Abonneren op:
Posts (Atom)