zondag 10 februari 2008

France Springuel

France Springuel was in 1969 (année érotique) als dertienjarige reeds verliefd geworden op de leraar van haar zus Marie-Christine, zijnde violist Rudolf Werthen. Toch zou het nog duren tot 1988 vooraleer hij effectief met France zou huwen. France Springuel over de tijd van hun kennismaking: "Ik belde hem vanuit Brazilië dat ik eenzaam was en 's morgens vroeg werd er aan mijn deur geklopt: daar stond hij."
France's grote voorbeeld is Jacqueline Du Pré, ook al heeft ze die nooit live zien optreden. In de nacht van haar dood deed ze dan ook de gelofte dat ze ooit iets zou doen om haar nagedachtenis te eren. Haar eerste CD (met Bruch, Schumann en Tsjaikovski) aan haar opdragen was slechts klein bier tegenover het idee om een toneelstuk over haar te laten schrijven door Frank Van Laecke. Dat werd dan "Smiley" in 1999, waarin France werken "naspeelt" van Bruch, Brahms, Bach en natuurlijk Elgar, maar ook muziek die voor Du Pré "had kunnen" geschreven zijn (Kantsjeli en Tavener). De idee voor het stuk is dus ouder dan de film "Hillary and Jackie", maar toch kan men het als een soort "rehabilitatie" beschouwen.
Het leeftijdsverschil is echter te klein opdat Du Pré ook de reden zou kunnen zijn dat France voor de cello heeft gekozen. In tegenstelling met de passionele verhouding van Du Pré tot "de" cello, was het bij Springuel puur toeval. Haar zus was immers een soort van wonderkind op de viool en "uit compensatie" opteerde France dan voor een cello. Ze wilde namelijk een instrument dat gróter was dan dat van haar geprezen zus. Nadat ze de Tsjaikovski-prijs had gewonnen, werden de rollen echter omgekeerd. Marie-Christine speelt nu in een orkest in Brazilië, terwijl France een wereldsoliste zou kunnen zijn.
Maar ook al omdat France zelf (overigens laureate in de Tenutowedstrijd 1978) niet echt van tournees houdt, heeft ze haar solistencarrière bewust op een laag pitje gehouden. Werthen noemt haar "Moeder Teresa" en heeft het over haar "speciale relatie" tot dieren. "Het liefst zou ze in de oceaan (dus niet in een afgesloten ruimte) gaan zwemmen met dolfijnen!" Of ze om zo "natuurlijk" mogelijk te zijn dat ook naakt zou doen, zegt hij er niet bij en we kunnen het ook niet raden want het is toch wel van een andere orde dan "poseren met blote boezem om platen te kunnen verkopen, zoals collega's van haar doen". Om nog van de tegenprestaties tegenover dirigenten te zwijgen!
Toch obsedeert het hem blijkbaar een beetje want bij ieder optreden, waar het maar enigszins te pas komt, vertelt hij het verhaal van de blote celliste met een doorkijkcello (een stapje verder dan die uit "Taking off" van Milos Forman dus). Ook nog een laatste opmerking over die dierenaffaire: in tegenstelling tot het rollenpatroon is Werthen de "kattenmens" en Springuel de hondenliefhebber (Bonzo en Mimi). Maar, nu je het zegt, daar kan ik wel inkomen.
France Springuel is ook de organisatrice van het Festival van de Leie. Ondergetekende moet toegeven dat ook hij dacht dat ze slechts het uithangbord moest vormen voor alweer een nieuw initiatief van haar muzikale duizendpoot. Ik herinner me alvast één persconferentie waarop mooie France, haar Festival of niet, nauwelijks aan het woord kon of mocht komen. In de realiteit blijkt het echter wel mee te vallen: met haar strijkstok als een vermanend zweepje in de hand, neemt France wel degelijk het heft in handen op de repetities, die (zoals men misschien wel weet) gratis door alle belangstellenden mogen worden bijgewoond.
Het Festival is dan ook in de eerste plaats tot stand gekomen om het belang van de muziek als communicatiemiddel te beklemtonen. In het prachtige kader van het museum Dhondt-Dhaenens te Deurle, krijgt het publiek dan ook de kans om actief betrokken te worden bij het wordingsproces van een concert. Op die manier kan men grote internationale coryfeeën van de muziek ook eens in short en op sloffen aan het werk zien en horen. Echt iets voor Jean-Luc Dehaene, die dan wellicht niet in zijn nopjes mag zijn met de separatistische trekjes van collega Luc Vandenbrande, maar op één punt zijn ze het blijkbaar volledig eens: "Ik heb enkele concerten van I Fiamminghi bijgewoond en dat was telkens een feest: mijn lievelingsinstrument is de cello en France Springuel van I Fiamminghi is een van de beste cellisten van de wereld."

dinsdag 5 februari 2008

Stephen King

De hedendaagse Amerikaanse griezelspecialist is ongetwijfeld Stephen King (°1948), al wil hij zichzelf niet zo noemen (Time, 27/4/1992). Afgestudeerd in de letteren (studies die hij wel zelf moest bekostigen met studentenjobs) zijn zijn grote voorbeelden William Faulkner, George Orwell, William Golding en (voor de bittere humor) Heinrich Böll. En voor de rest is er de verzameling horrorverhalen die zijn vader achterliet wanneer hij (toen Stephen vier was) "een pakje sigaretten" ging halen.
Zijn doorbraak kwam er in 1974 met "Carrie", gevolgd in 1977 door "The Shining", twee boeken die, zoals bijna alle latere ("Cujo", "Christine", "Salem's lot", "Misery", "Firestarter", "The Mist", "Children of Corn"), ook werden verfilmd. Zelfs het autobiografische verhaal "Stand by me", dat niet tot het horrorgenre behoort, maar dat wel mede een verklaring geeft voor Kings obsessie, werd verfilmd en wel door Rob Reiner, beter gekend als Meathead uit "All in the family". In Humo van 1/8/1995 vertelt hij hoe King reageerde op de film: "Hij werd er zo sterk door aangegrepen dat hij na afloop niet eens met ons kon praten. Hij zei: I have to go away. Een kwartier later kwam hij terug, en toen vertelde hij ons hoezeer dat verhaal met zijn eigen leven te maken had, en hoezeer de film hem van streek had gebracht. Hij vertelde dat zijn drie vrienden van toen inmiddels al gestorven waren. Chris, de jongen die door River Phoenix werd vertolkt, was zelfs vermoord. Hij zei dat het een enorme schok was geweest om ze op het scherm opnieuw tot leven te zien komen, terwijl hij ze in het werkelijke leven nooit meer kon zien."
Omdat hij bang was dat de markt oververzadigd zou worden met zijn producten, schreef Stephen King "The Running Man" onder het pseudoniem Richard Bachmann. Hij werd echter herkend aan zijn stijl en geen ontkomen aan: ook dit boek werd verfilmd (met Arnold Schwarzenegger). Ook "Thinner" schreef hij onder die naam: 25.000 exemplaren werden ervan verkocht. Toen het opnieuw werd uitgegeven als een Stephen King-boek steeg de verkoop tot 400.000...
Die dualiteit heeft King ook in een paar van zijn boeken verwerkt. Als men "Misery" met "The dark half" dan vergelijkt, worden meteen zijn grootste sterkte en zijn grootste zwakte duidelijk. Terwijl in "The dark half" een romanfiguur (onverklaard) een eigen leven gaat lijden, wordt in "Misery" een schrijver gegijzeld door een fan en zorgt alledaags huis-, tuin- en keukengerief voor de nodige horror. In het eerste geval zit King "over the top", in het tweede toont zich de meester-verteller die hij eigenlijk toch wel is.
"Misery" werd verfilmd door Rob Reiner en is eigenlijk gebaseerd op echte ervaringen van King met sommige van zijn krankzinnige fans. Zo was er Mark Chapman b.v., de latere moordenaar van John Lennon, of ene Erik Keene, die Kings huis binnendrong en zijn vrouw Tabitha gijzelde, opdat hij samen met hem een boek zou schrijven. Hoofdvertolkster Kathy Bates hield aan de film een oscar over, wat haar filmcarrière meteen een duw gaf. Door haar zwaarlijvigheid had ze immers reeds naast "Crimes of the heart", "Night, mother" en "Frankie and Johnny" gepakt (t.v.v. resp.Diane Keaton, Sissy Spacek en Michelle Pfeiffer), alhoewel zij die rollen reeds met succes op het toneel had vertolkt. Scenarist William Goldman had haar daar gezien en wou van geen ander weten.
King is politiek gezien "a liberal", die destijds b.v. voorop liep in manifestaties tegen de oorlog in Vietnam. Hij is ook een grote rock-fanaat en heeft daarom puur voor z'n lol een lokaal radiostation gekocht (WZON), dat in de handen van muzak-makers dreigde te vallen. Rockmuziek, vooral hard-rock, heeft trouwens altijd belangstelling gehad voor het occulte. Denken we maar aan Black Sabbath.

Sandra Bullock

Never mind the bollocks, here is Sandra Bullock!
Het is binnenkort alweer twintig jaar geleden dat The Sex Pistols de punkrage inluidden met hun elpee "Never mind the bollocks, here are the Sex Pistols". Wat "bollocks" precies zijn, zoek je maar eens op in een goed woordenboek, maar we geven u alvast een tip: als men ze wegneemt bij een jonge stier, dan krijg je nadien een "bullock".
Iemand anders met die naam, Anna Mae Bullock b.v., zou die onmiddellijk veranderen in, zeg maar, Tina Turner, maar niet zo bij Sandra Bullock. Zij draagt haar familienaam als een vlag, net zoals ze op de middelbare school ook zo graag rebelleerde. Dat was dan in Duitsland, want ondanks het feit dat Sandra Bullock bijna dertig jaar geleden in Washington werd geboren, keerde haar moeder, een Duitse opera-zangeres met de voorbestemde naam Helga, terug naar haar vaderland om daar carrière te maken. Vader John Bullock, eveneens een opera-zanger, bleef echter liever in de States, zodat Sandra en haar zus Gesine al op heel jonge leeftijd kennismaakten met luchthavens en tutti quanti. Haar moeder drong er ook op aan dat beide dochters lid zouden worden van een kinderkoor en piano- en danslessen nemen, zodat Sandra zoals zovele slecht aangepakte jongeren een afkeer kweekte van het hele operawereldje.
Nochtans kan opera je leven redden, zoals vader Bullock mocht ondervinden toen Sandra tien jaar oud was. Hij had zich een hoevetje aangeschaft en was het omliggende landgoed aan het omploegen toen hij van de bulldozer viel en eronder terechtkwam. Hij verloor enorm veel bloed, maar slaagde erin zich 24 uur in leven te houden door zijn bloedsomloop op gang te houden met het zingen van vocalises. Op die manier werd hij ook door twee van zijn studenten gevonden. In het hospitaal besliste men van zijn beide benen te amputeren, maar moeder Helga stak daar een stokje voor. Zij vloog met haar kinderen terug naar Amerika en verzorgde haar ex-man tot hij er weer helemaal bovenop was. Ondertussen werden de kinderen echter wel aan hun lot overgelaten, wat nog meer bijdroeg tot het rebellerende karakter van Sandra.
Als ze universitaire studies in North Carolina wil aanvangen en niet weet wat kiezen, grijpt Sandra dan maar naar "dramatische kunst". De methodes van Lee Strasberg of van Stanislavski liggen haar niet, maar bij Sanford Meisner klikt het plotseling. Zijn methode bestond erin dat men eigen ervaringen verwerkt in de imaginaire toestanden waarmee je in een stuk wordt geconfronteerd. Dat was natuurlijk "gefundenes Fressen" voor iemand als Sandra. Ze kanaliseerde al haar frustraties naar haar acteerprestaties en vond eindelijk haar draai in het leven.
Ze debuteerde "off-Broadway" in "No time flat" en het cult-stuk voor lesbiennes "Go Fish". Ze krijgt daarna wat televisiewerk in reeksen als "Lucky chances" en "Working girl" (waarin ze de rol vertolkt die Melanie Griffith in de gelijknamige film heeft) en de TV-film "The Preppy Murder". Daarop volgt haar debuut op het grote scherm met "Love Potion nr.9", waarin ze meteen de hoofdrol vertolkt van een wetenschapper die een drankje uitvindt dat haar onweerstaanbaar maakt. Dat was alvast geen moeilijke rol om zich in te leven!
Daarna is het de beurt aan "A thing called love", de laatste film van River Phoenix. De titel doet ons aan een vreselijk nummer van Johnny Cash denken en jawel hoor, ze speelt hierin een country-zangeresje. Het lied "Heaven knocked on my door" (niet te verwarren met "Knockin' on heaven's door"!) werd overigens door haarzelf geschreven. "Het was de bedoeling dat het een slecht lied zou zijn en toch wilden ze beroemde componisten daarvoor duur betalen. Dat vond ik weggegooid geld." Over weggegooid geld gesproken, ondanks het feit dat de film geregisseerd was door Peter Bogdanovitch werd het de grootste flop van 1993. Hij kostte 14 miljoen dollar en bracht zelfs niet één miljoen op.
Een andere monumentale flop was "The Vanishing" van de Nederlander George Sluizer. Er was nochtans een kleine kans dat zij de film had kunnen redden, maar helaas speelde zij het eerste liefje van Kiefer Sutherland, dat reeds na twintig minuten uit de film verdwijnt, ten voordele van Nancy Travis als tweede lief van Sutherland, maar dat was eigenlijk een miscast. Sandra Bullock acteerde immers veel beter, was veel mooier is en had veel meer gezonde sex-appeal dan Travis. Nu ja, ze hoeft er niet om te treuren, de film was toch een flop over heel de lijn. Een schande eigenlijk in vergelijking met Sluizers oorspronkelijke Nederlandse versie "Spoorloos".
Daarna volgden nog "When the party's over" en "Wrestling Ernest Hemingway" van Randa Haines met Shirley McLaine, Piper Laurie, Richard Harris. Hierin speelt ze het dienstertje Elaine dat Robert Duvall elke dag voorziet van zijn eigenzinnig ontbijt. De meeste van deze films werden hier niet uitgebracht en, gemeten aan het succes in Vlaanderen van "The vanishing" en "Hemingway", was dat ten zeerste terecht. De komedie "Al Fresco" deed er in de VS zelf reeds drie jaar over om in de bioscoop te geraken!
Men kan dus niet beweren dat Sandra Bullock langs de grote poort de film is binnengestapt. Maar dan was er "Demolition man" en plotseling kwam alles in een stroomversnelling terecht. In deze film gijzelt Wesley Snipes immers een bus en dat moet Jan De Bont, de man die in de reeks over de Nederlandse film Jeroen Krabbé in het Engels te woord stond (!), op een idee hebben gebracht. In "Speed" is ze immers het moedige meisje dat het stuur overneemt van de gedynamiteerde bus en op die manier Keanu Reeves binnenrijft.
Ook de slogan "Send a maniac to catch a maniac" van “Demolion man” werd in "Speed" hernomen, zij het dat Sylvester Stallone in onze ogen toch iets meer "maniak" is dan Keanu Reeves. Zeker als we de scène in herinnering brengen waarin hij "virtuele seks" heeft met Sandra. Het lot kan soms "crazy ways" hebben, want eigenlijk is Sandra Bullock pas voor de film aangezocht nadat Lori Petty ("A league of their own") na twee draaidagen aan de deur werd gezet.
Aan "Speed" hield ze niet alleen een rijbewijs A aan over ("nu kan ik altijd ergens terecht als ik zonder werk val"), maar ook het grote geld lachte haar nu toe. Alhoewel ze zich daarvoor zelfs laat verleiden om in een romantische Disney-komedie ("While you're sleeping" van Jon Turteltaub met verder nog Bill Pullman) op te treden, wordt het toch goed besteed. Haar grote liefde gaat nog altijd uit naar kleine theatertjes en nu heeft ze er zelf een opgericht, terwijl ze ook haar vroegere vrienden aan werk tracht te helpen. Braaf meiske geworden, die Sandra!
De acteurs waarmee ze graag zou werken zijn Tom Hanks, Gerard Depardieu en Hugh Grant, maar dat was vóór die zich op de openbare weg liet pijpen. Wat ons tot het slot brengt en het enige wat jullie, jonge stieren die nog geen Bullocks zijn, allemaal willen weten: is Sandra nog vrij? Wel, op dit moment heeft ze het reeds zo ver gebracht dat ze zich een stulpje in Hollywood kan veroorloven, maar ze woont er wel samen met haar zus, die nog rechten studeert. Van een man is er voorlopig geen sprake, nee. Ze heeft vier jaar opgetrokken met acteur Tate Donovan (haar tegenspeler uit "Love potion nr.9") en nu zou ze iemand hebben leren kennen via Internet, want ze is natuurlijk zelf verslaafd. Zegt ze. Maar de publicitaire stunt voor de film “The Net” was een beetje doorzichtig.
Daarna nam ze (na "While you were sleeping") voor een tweede maal een rol over van Julia Roberts. In "In love and war" van Richard Attenborough wordt het biografische verhaal van de jonge Ernest Hemingway verteld, dat hijzelf reeds verwerkte in "Farewell to arms".
"Stolen hearts" is dan weer een domme romantische film uit 1996, waarin ze een kassierstertje is dat verliefd wordt op Denis Leary (bekend van MTV).
Sandra Bullock speelt slechts een bijrol in "A time to kill" en Keanu Reeves is niet van de partij in "Speed II", omdat hij de voorkeur geeft aan zijn rockgroep Dogstar. Reeves wordt vervangen door Jason Patric ("Rush", "The Lost Boys", "Geronimo", afgewezen minnaar van Julia Roberts). De schurk van dienst is Willem Dafoe.

maandag 4 februari 2008

Lolita-films

"Thank heaven for little girls,
for little girls get bigger every day.
Thank heaven for little girls,
thank heaven for them all,
no matter where, no matter who,
without them what would little boys do?"

Aldus Maurice Chevalier ter ere van Leslie Caron in "Gigi" van Vincente Minnelli uit 1958. Ik vond dat toen al een lied dat gemakkelijk tot misverstanden aanleiding kon geven en toen het in 1994 werd nagebootst door Gerard Depardieu in de enige leuke passage uit "My father the hero" werd dit inderdaad duidelijk in de verf gezet. Gelukkig kwam de film echter een paar jaar vóór de zaak Dutroux uit, want dan zou men deze passage allicht minder "leuk" hebben gevonden.
J'AIME LES FILLES
Gerard Depardieu was (op basis van deze film?) ook de eerste keuze van Adrian Lyne voor zijn remake van "Lolita" naar het gelijknamige boek van Vladimir Nabokov. Uiteindelijk werd het Jeremy Irons die met de 14-jarige Dominique Swain mocht/moest stoeien. Zij werd voor een aantal scènes wel door een stand-in vervangen, maar dat belette niet dat de film in de VS de gevestigde bioscoopzalen niet kon halen.
Lyne heeft immers meer dan dertig jaar na Kubrick een iets meer "gekruide" versie gedraaid, maar dat was ook niet moeilijk want Kubricks film was "ijskoud" ("If I realised how severe the limitations were going to be, I probably wouldn't have made the film," verklaarde hij achteraf). Met andere woorden, denk maar niet dat u veel van het lijf van zelfs de stand-in te zien krijgt. Het blijft bij suggestie. Al wordt er nu wel degelijk seks gesuggereerd (zelfs in diverse standjes), terwijl die in het boek en in de film van Kubrick bijna afwezig is.
Anderzijds wordt Lolita ook als een onuitstaanbaar Amerikaans joch afgeschilderd, wat alle erotische aantrekkingskracht vakkundig weghaalt als men niet totaal geschift is. Toch is dit niet voldoende voor de kruisvaarders. Zelfs actrice Sue Lyon (de originele Lolita) heeft zich aan hun kant geschaard. Haar Hollywood-leven van seks, drugs en echtscheidingen wijt ze immers aan haar optreden in deze film. Ja, het is soms moeilijk in de spiegel te kijken en de waarheid onder ogen te zien...
Het scenario werd geschreven door Stephen Schiff van The New Yorker (bij Kubrick gebeurde dit nog door Nabokov zelf), nadat scripts van bekende schrijvers (o.a. Harold Pinter) werden geweigerd. Ook dat van David Mamet. "Wat scheelt eraan?" vroeg Mamet aan producer Richard Zanuck. "You made the guy look like a paedophile!" was het verrassende antwoord en eigenlijk wordt dit bijgetreden door vertolker Jeremy Irons, die zegt: "I understand that paedophiles in the main believe that the children want it. But Humbert knows that he's ruining her childhood." (Time Out, 22/4/1998)
Enfin, helemaal verrassend waren deze reacties toch niet, zeker als men rekening houdt met het ophef dat het maakte toen Dutroux op 23 april 1998 (even) ontsnapte en men na het bericht hierover, puur toevallig nemen we aan, "J'aime les filles" van Jacques Dutroux, pardon Dutronc, speelde.
Nog een voorbeeld: in de jaren zeventig sierden foto's van David Hamilton menige meisjeskamer (de jongens bekéken de foto's wel om zich af te rukken, maar aan de muur hangen was niet stoer genoeg). In 1998 echter moest zijn Amerikaanse uitgever Barnes & Noble zich voor de rechtbank verantwoorden omwille van het verspreiden van kinderporno!
In dat licht moet men ook de reactie van Herman De Coninck zien, die in De Morgen van 10/4/1997 beschrijft hoe hij de film "Exotica" (ook uit 1994) pas na de zaak Dutroux op televisie en "dus" met andere ogen heeft gezien: "Het zal wel een teken des tijds zijn dat je aanvankelijk naar Francis (het hoofdpersonage) kijkt als een pedofiel, hij ziet er van meet af aan gekweld uit, heeft iets met zijn nieuwe babysit, heeft iets met zijn oude babysit. Vervolgens blijkt zijn dochter vermoord, maar wie heeft het gedaan? Het ontroerende van deze film is juist dat deze kijk wordt afgestraft. Francis is gewoon een vader die van zijn dochter houdt en bij uitbreiding van jonge meisjes die hem aan zijn dochter herinneren. Die aandacht voor hen heeft omdat ze jong en kwetsbaar zijn, niet omdat hij ze wil kwetsen. Die tijd voor hen uittrekt, volwassen met hen praat, nooit een vinger naar hen uit zou steken. Het doet deugd om in dit Dutroux-tijdperk nog eens gedurende zo'n film van jonge meisjes te mogen houden. Van onschuld, in dit stripteasebestaan."
Onschuld, jawel, dat beweert ook Sally Mann te zoeken in de foto's van haar kinderen en andere ontluikende meisjes. Mooie foto's ook. Maar toch kan je je afvragen of het enkel omwille van die schoonheid is dat haar tentoonstelling in het Museum voor de Fotografie in Antwerpen zo'n succes had. Maar tegelijk is het ook toch geruststellend in deze post-Dutroux-tijden dat het opnieuw kàn, dat de Alexandra Coolens dezer aard hun slag niet hebben thuisgehaald. Enfin, toen toch, want nu wordt in datzelfde museum Boontjes “Fenomenale Feminatheek” wél verboden.
Nog in Antwerpen werd een man een maand in voorhechtenis genomen... omdat hij foto's had gemaakt van zijn naakt dochtertje, spelend op het strand of in het bad. De man was weliswaar gescheiden, maar zijn ex-vrouw (en het dochtertje zelf) bevestigden dat het gewone familiekiekjes betrof, die niets met pornografie vandoen hadden. Uiteindelijk werd hij tot twee jaar voorwaardelijk veroordeeld! Deze heksenjacht had natuurlijk alles te maken de moord door de bende van Marc Dutroux op Julie, Mélissa en andere kinderen die eerst seksueel werden misbruikt.
Karin Spaink in Het Parool van 16 december 1996: "Vanwege de commotie die de laatste maanden in het voetspoor van Dutroux is ontstaan over kinderporno en kindermisbruik, is pedofilie een nog heikeler onderwerp geworden dan het al was. En het was al nooit eenvoudig. Eén van de lastige punten is dat kindermisbruik en pedofilie momenteel simpelweg ineen geschoven lijken te worden, als waren dat twee aspecten van dezelfde zaak: alsof pedofielen kinderen altijd misbruiken, en alsof al het kindermisbruik, tout court, op rekening van pedofielen kan worden gezet. Maar dat is niet zo, en Dutroux zelf is daar een pijnlijk voorbeeld van: niemand heeft ooit het vermoeden geuit dat de man in het bijzonder ingenomen was met kinderen of jonge meisjes en zelf pedofiel zou zijn; het was naar het zich laat aanzien eerder zijn zakelijk instinct dat hem dreef, zijn vermoeden dat er geld te verdienen was aan het verkopen of verhuren van kinderlichamen of van video's waarop jonge meisjes werden verkracht.”
En psycholoog Peter Queeckers verklaarde in De Standaard van 21/3/1998 dat hij het een slecht idee vindt om kinderporno te verbieden. "Want dat kan voor sommige mensen juist een alternatief zijn voor daadwerkelijk seksuele betrekkingen met kinderen. En ja, natuurlijk moet je dan gebruik maken van de nieuwste mediatechnieken. Zolang die films een simulatie blijven, en er geen echte kinderen voor gebruikt worden, heb ik daar geen problemen mee."
Meer zelfs, die "simulatie" is een essentieel onderdeel van het Lolita-syndroom dat we hier willen beschrijven. Het gaat hier immers niet over pedofielen as such, maar over volwassen meisjes die er echter freel, breekbaar, "jong" uitzien. Een duidelijk voorbeeld hiervan is b.v. de violiste Vanessa Mae, die trouwens een tijdlang als "rock-Lolita" werd "verkocht". Maar aangezien Vanessa Mae een soort van wonderkind is, bestaan er ook opnames van haar als ze nog écht kind is. Wie dààrvan warm loopt, die mag zich met recht en rede pedofiel noemen, maar wij hebben het dus over die "andere" Vanessa/Lolita.
THE CRUSH
Als reclame voor de erotische thriller "The Crush" van debutant Alan Shapiro, verspreidde men een foto die een overduidelijke referentie wilde zijn aan de beroemde foto van Sue Lyon in badpak op het gazon van haar moeders huis in "Lolita" van Stanley Kubrick), terwijl James Mason als mogelijke huurder kwijlend toekijkt: een nymfolepticus en een nymfijn ("nymphette", zoals Nabokov het zelf schrijft, wat o.m. aanleiding heeft gegeven tot een gelijknamige pornofilmreeks van de Amerikaan Jerome Tanner). Stanley Kubrick draaide z'n film in 1962 in Engeland (om de Amerikaanse censuur te ontwijken), zeven jaar nadat de naar Amerika uitgeweken Russische professor Vladimir Nabokov (1899-1977) het boek had gepubliceerd, waarop de film is gebaseerd. Want dààr gaat het dus over: de verliefdheid van een oudere man (Humbert Humbert) voor een meisje in haar prepuberteit.
En dus niet omgekeerd, zoals zowel in "The Crush" als in "La petite sirène", "La petite allumeuse" als "Noce blanche", waarin Vanessa Paradis inderdààd haar leraar Bruno Cremer verleidt. De regisseur van “Noce blanche”, Jean-Claude Brisseau (°1944) werd in februari 2005 beschuldigd van seksuele aanranding omdat hij vijftien vrouwen tijdens een casting had gefilmd terwijl ze masturbeerden. Hij beweerde dat hij “de elegantie van vrouwelijk genot” in beeld wilde brengen, maar het is nog maar de vraag of het Franse gerecht er ook zo over denkt. Het voornaamste is echter dat de moeder van Vanessa Paradis op dat moment bevestigde dat hij haar dochter ook “gelijkaardige ongehoorde voorstellen” had gedaan. Merkwaardig is wel dat moeder Paradis daarvan destijds niets had gezegd en dat de film er wel degelijk is gekomen. Nu Vanessa Paradis een volwassen carrière heeft uitgebouwd, kan het blijkbaar geen kwaad meer om dit uit te brengen…
Maar waarom noemde Nabokov zijn jeugdige heldin nu juist "Lolita"? Dat zou kunnen te maken hebben met niemand minder dan... Charlie Chaplin. In 1924 huwde hij op 35-jarige leeftijd immers met de 16-jarige (Lo)Lita Grey, die hij zwanger had gemaakt. Hij was uiteraard trouwens niet de eerste. In 1920 pleegt in Parijs (de stad der zonde) Olive Thomas uit de Ziegfeld Follies zelfmoord door gif in te nemen. Zij was pas getrouwd met Jack Pickford, de broer van Mary en zelf een filmvedette. Ze werden afgeschilderd als "het ideale koppel", maar in werkelijkheid was Jack een heroïneverslaafde en moest Olive alles doen om aan spul te geraken. Wat haar uiteindelijk te veel werd. Olive was vooral bekend geworden als één van de eerste Lolita's. Als zestienjarige had ze op bijna alle covers gestaan en had ze reeds naakt geposeerd voor kunstenaar Alberto Vargas.
Hoewel Humbert Humbert inderdaad "schuldig" is, is het omgekeerde (b.v. in "The Crush") vaak erg moeilijk te bewijzen. Van zodra een kind zich nog maar iets laat ontvallen dat als bezwaarlijk zou kunnen worden ervaren, valt er bijna niet aan te ontkomen (behalve als je Michael Jackson heet), een thema dat o.a. André Cayatte reeds behandelde in "Les risques du métier" met Jacques Brel en dat in 1961 reeds aan bod kwam in "The children's hour" van William Wyler, al ging het hier over een (voorgewende) lesbische verhouding tussen een lerares (Shirley MacLaine) en haar leerlingen. Iets wat we ook kennen uit "Cours privé" (1986) van Pierre Granier-Deferre met de prachtige Elisabeth Bourgine, die door schooldirecteur Michel Aumont daarmee wordt gechanteerd. Als zij zich uiteindelijk heel cru aan hem aanbiedt, kan hij deze nederlaag niet aan en pleegt zelfmoord (alhoewel...), maar ook bij de oprecht bezorgde collega Xavier Deluc kan ze met haar gestoorde seksualiteit niet terecht.
Uiteindelijk gaat ze dan maar met een raadselachtige, maar schijnbaar gelukzalige, glimlach naar een nieuwe meisjesschool. Daar zou ze dan Koo Stark kunnen aantreffen, die later het lief zou worden van prins Andrew, want die speelt in "Adolescentes", een Spaanse film uit 1975, een schoolmeisje dat niet alleen avontuurtjes heeft met vriendinnetjes, maar zowaar in een pornonetwerk terechtkomt. Meer zelfs, zij slaagt erin één van de bendeleden te "bekeren" en hem een deugdzaam leven te laten leiden. Alhoewel Stark door haar avontuurtje met Andrew steevast als “porno-actrice” werd voorgesteld, moet je je van deze film, die zelfs al op VTM te zien was, niet te veel voor te stellen.
Regisseur Alan Shapiro beweert overigens ook dat "The Crush" hem min of meer echt is overkomen, maar het lijkt eerder een echo te zijn van de zogenaamde "Long Island Lolita"-story, d.i. de moordpoging van het 15-jarige schoolmeisje Amy Fisher op Mary Jo Buttafuoco, de echtgenote van een 38-jarige winkelier die een klant was van de zich prostituerende Amy en waarvoor ze een "crush" had. Dit verhaal werd in 1993 voor televisie verfilmd door John Herzfeld met Jack Scalia als een deugdzame Joey Buttafuoco (het prostitutiegedeelte werd weekendfilm zijnde plichtsgetrouw weggelaten) en Alyssa Milano als een duivelse Amy Fisher. Daartegen kwam nog hetzelfde jaar reactie vanwege Andy Tennant die op zijn beurt "The Amy Fisher Story" verfilmde, waarin vooral de nadruk wordt gelegd op de media-drukte, waarvan "die arme Amy" (op de koop toe vertolkt door het schaap dat terugkeerde naar de Hollywood-stal, Drew Barrymore) uiteindelijk het slachtoffer is. Dat wil anderzijds niet zeggen dat Fisher als een totaal geschifte, onuitstaanbare tiener wordt afgebeeld (onnodig te zeggen dat dit Barrymore op het lijf geschreven is). Uit het postscriptum leren we ook dat de rechtbank uiteindelijk de versie van Buttafuoco aanvaardde, die beweerde nooit op de avances van Fisher te zijn ingegaan. Ook zijn vrouw heeft deze versie steeds verdedigd. Toch is zij tijdens de gevangenschap van Fisher (1992-1999) met haar beginnen corresponderen en heeft ze haar naar verluidt "vergeven".
In "The Crush" speelt Cary Elwes een journalist Nick Eliot, die het huis huurt in de tuin waarin de 14-jarige Darian Forrester (Alicia Silverstone) ligt te zonnen. Alleen, hem is het wel degelijk om het huis te doen en als integendeel het meisje een "crush" voor hem heeft en hij er niet aan toegeeft, bezorgt ze hem heel wat narigheid...
Hoe moet je "crush" vertalen? Mijn woordenboek zegt: "verplettering, schok, gedrang, grote avondpartij", maar dat is een Kramers, dus die kraamt er zomaar wat uit, daar zullen we niet ver mee komen. Maar hoe dan wel? Een "boontje"? Dat is veel te zwak uitgedrukt. Een "grote boon"? Zelfs dat is nog te zwak, want het is eigenlijk een verliefdheid die zo hebberig wordt dat als ze wordt afgewezen in haat omslaat. "Bezetenheid" is dan ook misschien nog het beste woord, want daarin zit zowel het obsessionele als het bezwerende.
LA PETITE SIRENE
Men heeft "The Crush" dan ook omschreven als een combinatie van "Lolita" en "Fatal attraction", maar het is wel merkwaardig dat nog niemand, wat die "bezetenheid" betreft, heeft gewezen op de overeenkomst met de Franse film, "La Petite Sirène" van Roger Andrieux uit 1980, zeker in een tijd dat Hollywood zich onledig houdt met het "aanpassen" van Franse films, zoals "Three men and a baby", "The woman in red", "Intersection", "Sommersby"...
In "La Petite Sirène" (een uitstekende titel overigens) speelt Philippe Leotard de veertigjarige garagist Georges, die na een scheiding op het punt staat met Nelly (Evelyne Dress) een nieuw leven te beginnen. De veertienjarige Isabelle (Laura Alexis) beslist daar echter anders over door op hem verliefd te worden. Door haar opdringerigheid verwijdert ze Georges van zijn vriend(inn)en en op de duur slaagt ze erin met een smoes bij hem in te trekken. Haar moeder (gespeeld door Marie Dubois) weet echter van niks en denkt dat ze ontvoerd is. Om erger te voorkomen zet Georges, die ondertussen zelf verliefd is geworden, haar uit het huis...
Ik zeg niet dat de maker van "The Crush" plagiaat heeft gepleegd, want het onderwerp is natuurlijk reeds vaker aangepakt. Neem nu "La petite allumeuse" uit 1987 van Danièle Dubroix, waarin de jonge Camille (Alice Papierski) erin slaagt Jean-Louis (Pierre Arditi), een vriend van haar vader (en als dusdanig de veertig reeds gepasseerd), te verleiden en hem op die manier in haar macht te krijgen. Hier loopt het dan weer slecht af wanneer Camille daarna verliefd wordt op een jonge drugsdealer...
Het verschil tussen "La petite allumeuse" en "La petite sirène" is dat de eerste film niet "leuk" is en de tweede wél. Nemen we nog maar de openingsscène: Isabelle loopt met haar (reeds meer "gevormd") nichtje Véronique over straat en deze wordt door Georges nagefloten. Véronique laat het er niet bij en gaat hem de huid volschelden. "Ja maar," liegt Georges, "ik floot eigenlijk naar je vriendin." Waarop Véronique geërgerd tegen Isabelle: "Eh bien, dis quelquechose!" En zij: "Merci, monsieur!"
Alhoewel Isabelle wel degelijk het "duivelse" karakter van een echte Lolita heeft (denk maar aan de scène in het dure restaurant), toch heeft ze - naar analogie met het sprookje van Andersen, waarnaar de titel verwijst - ook iets onderworpens. Ze zegt het op een bepaald moment ook zelf bij een van haar "bezweringen": "Je serai complètement soumise". Hier lijkt ze trouwens wel een echo van het zusje van Jacqueline in "Histoire d'O".
Roger Andrieux heeft zelf het scenario geschreven voor zijn film, maar heeft dit wel gebaseerd op het boek "Les petites sirènes" (let op het meervoud) van Yves Dangerfield. Het loopt allemaal niet zo tragisch af als in "The Crush", maar toch komt het meisje op het einde ook in een kliniek terecht, maakt ze het Nelly, het liefje van Georges, het leven net zo onmogelijk als Darian dat bij Amy doet en, vooral, is er de merkwaardige passage met de bezwering met kaarsen, die bijna letterlijk is overgenomen in "The Crush".
Het verschil is dat Leotard uiteindelijk dus ook op haar verliefd wordt, wat misschien ook met het onderscheid in leeftijd heeft te maken. Cary Elwes speelt iemand van 28, maar ziet er veel jonger uit. Bovendien ziet Alicia Silverstone er dan weer veel ouder uit dan 14, zodat men eigenlijk nauwelijks een leeftijdsverschil merkt. Op die manier gaat de referentie aan "Lolita" wel voor een groot deel verloren! Want laten we wel wezen, het is niet voldoende van een verhouding met een minderjarige te hebben om van een Lolita-verhaal te kunnen spreken. Zo is "Verbotene Liebe" van Helmut Dziuba (zowaar nog in 1989, vlak voor de val van de muur, in de DDR gedraaid!) dat niet, omdat Barbara (Julia Brendler) weliswaar slechts 13 jaar is, maar haar minnaar, buurjongen Georg (Hans-Peter Dahm) is zelf ook slechts 18. Hij is natuurlijk juridisch wel strafbaar, maar omdat het duidelijk is dat zij echt van mekaar houden, spreekt de volksrechtbank hen uiteindelijk vrij.
Maar goed, een ander verschil tussen de twee genoemde films is dat Isabelle uit een "gebroken gezin" komt i.p.v. het Amerikaanse modelgezinnetje van Darian, zij het dat de afwezigheid van de vader voor Isabelle eigenlijk géén probleem is.
Een overeenkomst is dan weer dat in "La petite sirène" er een parallel wordt getrokken met de film "Adèle H.", waarin Isabelle Adjani een obsessionele "crush" heeft op een légionnaire, terwijl in "The Crush" er een referentie komt aan "Wuthering heights" waarin Catherine Earnshaw zelfs als ze dood is nog macht heeft over haar minnaar Heathcliff.
Maar terug naar "The Crush". Wie de film heeft gezien, zal zelf kunnen vaststellen op welke punten Darian overeenkomt met de typering van de "nymfijn". Zélf vinden we dat ze nog het beste aan deze "demonische" typering beantwoordt, als ze een duivels lachje produceert wanneer ze zich ontkleedt, terwijl ze wel weet dat Nick haar in de kast zit te begluren.
Bij Kubrick was actrice Sue Lyon 13 jaar oud, wat juist één jaar ouder was dan de Lolita uit het boek. Humbert Humbert was er overigens 37, om maar te zeggen hoeveel dichter "La petite sirène" tegen het origineel aanzit. Opmerkelijk is trouwens dat Errol Flynn zichzelf oorspronkelijk als hoofdvertolker had aangeboden, op voorwaarde dat zijn (erg jonge) vriendin Beverly Aadland de rol van Lolita zou mogen spelen. Maar dat vond zelfs Kubrick toch iets te verregaand.
Toch mag men zeggen dat de verontwaardiging vaak hypocriet is. In de filmgeschiedenis kennen we b.v. het “geval” van Judy Garland, waarbij men voor "The wizard of Oz" haar borsten inbond om haar nog "jonger" te doen lijken. Hoezeer de tijden, maar niet de zeden veranderen, bleek meer dan een halve eeuw later toen de borsten van Lindsay Lohan in de Disney-film “Herbie fully loaded” (2005) met de computer werden “ingekrompen”.
Het is echter wel precies het omgekeerde als bij Elizabeth Taylor die volgens de producers te jong bevonden werd om na "Lassie" ook de hoofdrol te vertolken in "National Velvet". "Maak u maar geen zorgen. U krijgt uw borsten," sprak ze tot de filmbonzen en negentig dagen later kwam ze terug met een B-cup. Hoe ze het geflikt had? Een nepcrème "om borsten sneller te doen groeien", spierversterkende oefeningen en een vetrijk dieet.
Een bepaald soort pers speelt bovendien maar al te gretig in op de belangstelling voor jonge meisjes en dat kan dan zowel gaan van prinses Caroline destijds tot het jonge turnstertje Nadia Comaneci. Om nog te zwijgen van de periode toen tegelijk met het succes van "Like a virgin" het playback- en soundmix-circuit furore maakte, en er vele kinderen (dus zelfs niet eens Lolita's!) Madonna haar als model uitkozen. Zo kregen we bijna ziekelijke imitaties te zien door jonge veulentjes, die in hun seksuele uitdagendheid wellicht zelfs niet eens wisten hoezeer ze met vuur speelden. Afgaande op ervaringen in de zaal vermoed ik zelfs dat het eigenlijk de ouders waren (en dan nog vooral de moeders die er zelf ooit van gedroomd hadden "een vedette" te worden) die hen daartoe aanzetten!
BABY DOLL
Meer dan vijf jaar vóór de film van Kubrick, maar een jaar na het verschijnen van het boek "Lolita", was er reeds de film "Baby Doll" van Elia Kazan geweest naar het toneelstuk van Tennessee Williams. De 40-jarige Archie Lee (Karl Malden) bewoont zijn katoenplantage samen met zijn Tante Rose (Mildred Dunnock) en zijn zeer jonge vrouw Baby Doll (Carroll Baker). Eigenlijk is het een typische zuiderse "child bride" (tot mijn verbazing is zelfs Eula Varner uit "The long hot summer" in de originele novelle "The hamlet" ook nog een puber), maar om problemen te vermijden had Kazan haar leeftijd zo maar eventjes met tien jaar verhoogd.
Door huwelijksmoeilijkheden verwaarloost Lee zijn zaken en een concurrent, Silva Vaccaro (Eli Wallach), neemt hem al zijn klanten af. Hun inboedel wordt bedreigd met faillissement. Op een dag staat het huis van Vaccaro in brand. Die verdenkt zijn ongelukkige concurrent Archie ervan de schuldige van de brand te zijn en neemt wraak door Baby Doll te verkrachten. Maar deze verkiest juist de viriele Vaccaro boven de onzekere Archie.
De foto van Carroll Baker die in een nachtkleedje (wat later een "baby doll" zal worden genoemd) op haar duim ligt te zuigen, werd terecht beroemd, want het was duidelijk waarvoor die duim symbool stond. Baby Doll was immers typisch zo'n kindvrouwtje (prachtig lichaam maar geestelijk nog kind), zoals later door Laura Dern in "Wild at heart" en "Ramblin' Rose" en door Juliette Lewis in "Kalifornia" zal worden uitgebeeld.
Om het verschil tussen een échte Lolita en zo'n kindvrouwtje duidelijk te maken, vergelijk je overigens het beste deze laatste met haar rol in "Cape Fear" van Martin Scorsese, waarin ze nog wél een kind is (herinner u de prachtige verleidingsscène door de duivelse Robert de Niro). Eigenlijk is een kindvrouwtje dus het omgekeerde van een Lolita (zeker van de hoogbegaafde Darian), daar is het immers meer het verstand en/of de perversiteit die op de leeftijd (het lichaam) vooruit is.
Toch is het niet helemaal toevallig dat alle geciteerde films zich in het zuiden van de Verenigde Staten afspelen, waar men wel heel vroeg mag trouwen (denk aan het schandaal dat er ontstaat als Jerry Lee Lewis met zijn 13-jarig nichtje als kersverse bruid in Engeland aankomt, zoals te zien in de film "Great balls of fire"; in de rockwereld deelt Lewis zijn belangstelling voor Lolita's trouwens met Chuck Berry en met ex-Rolling Stone Bill Wyman). Ook het klimaat moet er trouwens een rol in spelen, want zou het anders toeval zijn dat "L'été meurtrier" (1983) van Jean Becker met het kindvrouwtje Isabelle Adjani zich in het zuiden van Frankrijk afspeelt?
Een ander voorbeeld zou Mireille Darc kunnen zijn die in 1966 haar prille borstjes toont in "La grande sauterelle" (Georges Lautner) of Mimsi Farmer in 1972 in "La route de Salina" van dezelfde regisseur. Maar volgens sommigen is het "prototype" van het kindvrouwtje niemand minder dan Brigitte Bardot.
Als voorbeeld haalt men dan "En effeuillant la Marguerite" aan van Marc Allegret uit 1956 (dus nog een jaar eerder dan "Et Dieu créa la femme"!). B.B. speelt daarin Agnès, de dochter van generaal Dumont (Jacques Dumesnil), die een scabreuze roman heeft geschreven. Ze wordt daarom door hem op kostschool gestuurd, maar ze is hem te slim af en verdwijnt naar Parijs (de Hoofdstad der Zonde uiteraard), waar ze niet één, maar twéé journalisten (de prototypes van de Zondaars) ontmoet: Daniel Roy (Daniel Gélin) en Roger Vital (Robert Hirsch). Ze vindt een onderdak bij haar broer (Darry Cowl) die naar eigen zeggen een speciaal hotel uitbaat, maar in werkelijkheid gaat het om het Balzac-museum, waar hij gewoon oppasser is.
Onwetend hierover verkoopt Agnès uit geldnood een boek uit het museum, dat ze daarna gedwongen wordt terug te kopen door de conservator. Om daarvoor aan het geld te geraken doet ze mee aan een striptease-wedstrijd, die ze wint. Uiteindelijk is het echter haar uitgever die haar geld zal voorschieten, zodat ze terug naar Vichy kan, waar ze "de liefde vindt". Wellicht met één van die journalisten, want anders weet ik niet wat die er eigenlijk bij komen doen...
Een veel beter voorbeeld is het latere "L'ours et la poupée" van Michel Deville, een film zowaar uit 1970, waarin ze toch niet meer voor een jong doetje kan doorgaan. Het enige opmerkelijke aan "En effeuillant la marguerite" is dan ook dat Roger Vadim heeft meegeschreven aan het scenario en dat is iemand die we wel meer tegenkomen, als we het over Lolita's hebben.
CHARLOTTE FOR EVER
Dat geldt echter nog méér voor Serge Gainsbourg. Die had de piepjonge France Gall reeds "Annie aime les sucettes à l'anis" laten zingen, maar toen we in 1967 via "Blow Up" van Michelangelo Antonioni kennis konden maken met Jane Birkin (°1946, Londen, dochter van de actrice Judy Campbell), een soort van eeuwige Lolita omdat haar borstgroei nooit tot ontwikkeling zou komen, was Serge Gainsbourg meteen verkocht. In 1969, "l'année erotique", schoof hij voor haar Brigitte Bardot opzij om "Je t'aime... moi non plus" in te blikken.
Birkin van haar kant schoof voor deze man die 20 jaar ouder was dan zij, haar echtgenoot de 13 jaar oudere componist John Barry opzij, waarmee ze op haar zeventiende was getrouwd. Uit dit huwelijk van twee jaar hield ze een dochtertje Kate over (die ondertussen zelf reeds moeder is van Roman) en kort nadat ze met Serge Gainsbourg samen was (in 1971), hadden ze samen nog een dochter (Charlotte), waarmee Serge in 1986 een film zou draaien ("Charlotte for ever"), die volgens sommige critici als incestueus kan worden bestempeld. Gainsbourg deed niets om de geruchten tegen te spreken. Integendeel, hij nam met haar de plaat "Lemon Incest" op (op muziek van Franz Liszts "Liebestraum").
Terloops, Gainsbourg heeft ook nog met Isabelle Adjani gewerkt toen ze heel jong was en op het einde van zijn leven liet hij zich in met Vanessa Paradis (°22/12/1973; het is zowaar haar echte naam), die nota bene als kindvedette is begonnen, toen Sophie Marceau (van "La Boum") als zangeres niet bleek te voldoen...
Jane bleef dertien jaar bij Serge (in 1982 hadden ze nog een dochtertje, Lou) en zelfs wanneer ze dan met Jacques Doillon, die haar had geregisseerd in "La fille prodigue" (waarin ze overigens een incestrelatie met haar vader heeft...), was getrouwd bleef ze nog met hem bevriend. Samen zijn ze eigenlijk steeds kind gebleven. Het Peter Pan-syndroom kortom, dat ook opduikt in de film van Andrew Birkin, de broer van Jane, "The Cement Garden".
Hierin organiseren vier kinderen het huishouden na het overlijden van hun ouders en laten geen pottenkijkers toe. Ook dit leidt tot incest maar dan niet tussen nichtje Charlotte Gainsbourg en zoon Ned Birkin, want het leeftijdsverschil is te groot (Jane suggereert wel dat de film autobiografische trekjes heeft en dan juist over de vriendschap tussen haar en Andrew).
De publiciteitsfoto van Charlotte refereert net zoals bij "The Crush" aan de fameuze "Lolita"-verfilming van Stanley Kubrick, wat hier niet echt van toepassing is, al heeft dat incestthema er toch iets mee te maken. Vergeten we immers niet dat Humbert Humbert met Lolita's moeder was gehuwd om altijd bij Lolita te kunnen zijn. Als deze het dagboek ontdekt waarin dit allemaal te lezen staat, rent ze woedend de straat op waar ze wordt overreden, waardoor Lolita de stiefdochter wordt van Humbert!
Een zelfde gegeven vinden we overigens terug in "Beau-père" van Bertrand Blier uit 1981, waarin de barpianist Remi (Patrick Dewaere) een verhouding heeft met de mannequin Martine. Als Martine in een auto-ongeluk om het leven komt, blijft Remi met haar 14-jarige dochter Marion (Ariel Besse) achter. Als haar echte vader (Maurice Ronet) haar komt ophalen, wil ze niet mee, want ze is van Remi op een "andere" manier gaan houden...
Nog in 1973 was er op het gebied van jongemeisjes-seks “Pleure pas la bouche pleine” (Pascal Thomas), “Malizia” (Salvatore Samperi), “Jeremy” (Arthur Barron), “Les risques du métier” (André Cayatte), “Il n'y a pas de fumée sans feu” (André Cayatte) en “Chinatown” (Roman Polanski) dat een incestrelatie behandelt tussen vader en dochter. Dat thema staat ook centraal in "Daddy", een Engelse film van Peter Whitehead, die oorspronkelijk gewoon een documentaire over het leven van de beeldhouwster Nikki de Saint-Phalle wou zijn, maar toen bleek hoe ze als kind door haar vader zowel was gedomineerd als verleid, komt dit verhaal weer in een surrealistische flashback. Speelt Nikki zichzelf als volwassene, dan geven Mia Martin en Clarice Rivers haar gestalte als 5- en 15-jarige. Rainer Diez is de vader.
Jean Rochefort van zijn kant is te zien in "La prochaine fois, le feu" van Fabio Carpi. Hierin heeft hij met medeweten van zijn vrouw (Marie-Christine Barrault) een verhouding met zijn dochter (Jacqueline Lustig). Daarmee wil hij in het licht van de ouderdom en de dood eigenlijk de man van zijn dochter worden, zodat zijn vrouw zijn moeder wordt. Zijn eigen moeder (Lila Kedrova) zou daarvoor echter moeten verdwijnen...
Ook bij Sam Shepard keert het incestthema steeds terug (b.v. "Buried child" uit 1978 en "A lie of the mind" uit 1985, beide gespeeld door het NTG in het seizoen 1996-97), wat bij deze Amerikaanse auteur trouwens op eigen ervaringen zou teruggaan. Wie (zoals ik) vindt dat het toch een beetje te veel van "het goede" (sic) is, die moet echter in gedachten houden dat een maagd in het zuiden van de VS wordt gedefinieerd als "een meisje dat sneller kan lopen als haar vader".
Alles bij elkaar is "The Crush" té clichématig en dus voorspelbaar (ook voor de muziek van Graeme Revell moet men het zeker niet doen en de fotografie van Bruce Surtees alleen is dan wat weinig), tenzij misschien op het einde waar men blijkbaar opzettelijk van de logica begint af te wijken om toch aan een "happy end" te geraken. Het leukste vond ik dan nog dat ik niet naar een persvoorstelling ben geweest, maar wel naar een gewone vertoning die... vol Lolita's zat! (En hun mannelijke equivalenten natuurlijk, zij het dat ik toch ook moest proesten toen de zaal op het einde luid schaterde, wanneer Nick Darian zo'n oplawaai geeft dat ze letterlijk door de zolder vliegt.)
Dan is "Beautiful girls" (van Ted Demme) nog beter, ook al is die op zich ook al niet zo schitterend. Ter gelegenheid van een "school reunion" worden een paar vrienden gevolgd die elk op hun manier met het vrouwelijke geslacht worstelen. Ze behoren allen tot de arbeidersklasse (sneeuwruimers), maar één van hen speelt piano in z'n vrije tijd en is dus een "buitenbeentje". Dat is hij inderdaad, want hij vindt al dat vrouwvolk zo dom dat hij op z'n dertienjarige buurmeisje valt die inderdaad meer verstand heeft dan al die andere samen (leuke dialoog over “Winnie the Pooh” en “Romeo and Juliet”). Op en top Amerikaans (wie een gehuwde vrouw neukt "verdient" door vier man in elkaar te worden geklopt enz.) eindigt deze film natuurlijk doordat alles in de plooi valt en ook onze pianist stapt uiteindelijk braaf in het huwelijksbootje met een meisje van zijn leeftijd. Natalie Portman is een zeer geloofwaardige "Lolita" als Marty, zij het dat ze nogal aan de brave kant is.
PREMIERS DESIRS
Veel tienerfilms draaien natuurlijk rond "inwijding", zowel in de "echte wereld" als in de "seksualiteit". De voornaamste is natuurlijk "The Walkabout" (1971) van Nicholas Roeg aangezien de titel rechtstreeks daarnaar verwijst, maar ook "Melody" van Waris Hussein uit datzelfde jaar is één van de betere tienerfilms, al is de muziek van Rod Stewart hier vervangen door die van The Beegees. In "The last picture show" van Peter Bogdanovich toont een piepjonge Cybill Shepard haar ondergoed (en nog wat meer). Bogdanovich had in "Paper Moon" trouwens ook reeds met de negenjarige Tatum O'Neal gewerkt in een weliswaar zeer "kuise" film, maar waarin Tatum toch ook de dochter is van een prostituée die met een oplichter en in de film haar mogelijke (en in de realiteit haar werkelijke) vader, Ryan O'Neal, optrekt. En ook hier is het het kind dat de wet bepaalt: maar deed Macaulay Culkin dat uiteindelijk ook niet?
In 1976 speelt de 12-jarige Jodie Foster in "Taxi driver" zélf een hoertje dat door Robert de Niro uit de klauwen van haar pooier Harvey Keitel wordt gered (enkel in de naaktscène speelt haar 20-jarige zus voor body double). Dat jaar speelt Jodie ook nog een "stripper" in "Bugsy Malone" van Alan Parker, waarin overigens àlle rollen door kinderen worden gespeeld.
In 1978 behandelt Louis Malle in "Pretty baby" eveneens het thema van de prostitutie. Hij doet dit evenwel op een "kuise" manier. "Iedereen wéét dat seks de hoofdbezigheid is in een bordeel," zegt hij, "dus ik moet dat dan ook niet nog eens uitgebreid gaan tonen." Toch is Brooke Shields als de kind-prostituée Violet deze keer wél naakt te zien. Haar moeder Teri verspreidde immers als naaktfoto's van haar toen ze amper tien was. Het is evident wie hier in de fout gaat. Net zoals in de film duidelijk wordt gemaakt, moeten kinderen om tot de wereld der volwassenen te kunnen behoren ook de verdorvenheid van die volwassen wereld kunnen aanvaarden...
Die onschuld etaleert Shields dan wel in "The blue lagoon" van Randal Kleiser in 1980 met Christopher Atkins. Maar Patrick Duynslaeger noemde het in Knack "een Disney-pornofilmpje voor goedgelovige kleuters". Een "beroemde" scène is wel die van de eerste menstruatie. Op die manier is het toch ook een beetje een "inwijdingsfilm". Op de set werd Shields overigens verliefd op Atkins, maar moeder Teri stak er een stokje voor in de vorm van John Travolta, die ze graag aan haar dochter gekoppeld zag. Maar Travolta trekt meestal met oudere vrouwen op, wat zou hij nu dus aanvangen met iemand die elf jaar jonger was dan hij?
Een andere inwijdingsfilm dateert uit 1992, namelijk “L'amant” van Jean-Jacques Annaud naar de roman van Marguerite Duras (alhoewel die zich distantieert van de filmversie).
Nastassja Kinski is als 13-jarige gedebuteerd (ook haar vader was acteur, namelijk Klaus Kinski) in "Falsche Bewegung" (1975) van Wim Wenders, waarna ze in "Cosi come sei" van Alberto Lattuada reeds het liefje had gespeeld van Marcello Mastroianni. In 1979 brak ze echter door met "Tess" van... Roman Polanski, jawel, de cineast die de V.S. niet meer binnen mag omwille van seks met een 13-jarig meisje, Samantha Geir. Alhoewel deze in 1997 zei dat het wel degelijk om een verkrachting ging - in die zin dat ze enkel instemde omdat ze hoopte dat Polanski haar een rol zou geven - toch vroeg ze tegelijk aan het Amerikaanse gerechtshof om de veroordeling van Polanski te laten vallen.
In "Tess" komt er een scène waarin Kinski zich van de andere kostschoolmeisjes onderscheidt omdat ze een doorzichtig nachtkleedje draagt, met daaronder dan wel een heel gewone witte "onderbroek" - ik vermijd opzettelijk de term "slipje" - want ook dat is een regel: Lolita's dragen géén sexy ondergoed, dat raffinement is immers voor oudere, nou ja, vrouwen weggelegd die dergelijke kunstgrepen nodig hebben om mannen te verleiden. Vraag trouwens maar eens aan Louis Paul Boon wat de aantrekkingskracht van zo'n wit broekje kan zijn...
De reeds genoemde David Hamilton heeft ook films over jonge meisjes gemaakt. Met name: "Bilitis" (1978), "Tendres cousines" (1980) en "Premiers désirs" (1982). In deze laatste film maakte Emmanuelle Béart haar debuut. Ze was zowat het enige meisje in de film dat niet uit de kleren gaat: de beste manier om op te vallen. Zo kwam ze in "Manon des Sources" terecht, waar ze nog steeds moeilijkheden had met een naaktscène. Met "La belle noiseuse" van Jacques Rivette uit 1991 maakte ze dat euvel echter volkomen goed.
David Hamilton zelf woont op dit moment in Saint-Tropez met een van zijn voormalige modellen, Gertrude uit Gent. In "Bilitis", vrij naar "Les Chansons de Bilitis", wordt het verhaal verteld van de literaire vervalsing van Pierre Louÿs, waarin deze zogezegd gedichten van Sappho uitgaf, die ze voor een mooi jong meisje, Bilitis, zou hebben geschreven. Hamilton verplaatst het verhaal naar een pensionaat voor meisjes van betere stand, die blijkbaar niets anders te doen hebben dan naakt te gaan baden en zelfs op het toneel voor het schoolfeestje dragen ze niet méér dan enkele sluiers. De liefde van Bilitis wordt dan opgewekt door een vriendin van haar ouders, Melissa. Ze probeert het ook eens met dier echtgenoot en met een jonge fotograaf Lucas, maar eigenlijk gaat er toch niets boven Melissa. En wie zijn wij om haar tegen te spreken?
Maar alhoewel Hamilton zelf "Lolita" als zijn lievelingsfilm opgeeft, kunnen de meisjes uit zijn films toch niet voor echte Lolita's doorgaan. Daarvoor zijn ze niet doortrapt genoeg, ze zijn zelfs niet "stout" genoeg om een pak voor de billen te krijgen. "Spanking schoolgirls" (schoolmeisjes op de naakte bips slaan) is nochtans een favoriete onderwerp in SM-films. Het leuke is wel dat het hier hoegenaamd niet om échte schoolmeisjes gaat, zelfs niet om kindvrouwtjes, maar om gewone volwassen (weliswaar jonge) vrouwen, die onderaan kaalgeschoren zijn, een plooirokje en witte sokjes aantrekken en klaar is Kees...
Een ander bijzondere film is "Little Girl Blue" van Anna Luif. Sandra is een leuke maar verlegen meid van 14. Ze is net verhuisd naar een nieuwe stadswijk met haar ouders en haar zusje. De meisjes op school accepteren haar echter niet in hun 'coole' kliekje, dat geleid wordt door Nadja en Isa. Als Sandra haar buurjongen Mike voor het eerst ontmoet, is het liefde op het eerste gezicht. Maar hun relatie wordt ingewikkelder als blijkt dat de moeder van Mike een minnaar heeft. Sandra herkent onmiddellijk haar vader, maar omwille van de furieuze reactie van Mike, beslist ze om niets te zeggen om hun ontluikende liefde niet in gevaar te brengen. Nadja, een heel zelfbewust en verwaand nest, maakt handig misbruik van de situatie om uit te gaan met Mike. Zowel uit esthetisch oogpunt als door zijn thema is deze zoete en soms blitse film qua toon en qua stijl fris als een muntblaadje. De regie van Anna Luif is licht, soms etherisch en geeft aan haar langspeelfilmdebuut de gespeelde nonchalance van ontluikende lolita's en fietsende kereltjes.
"Thirteen" is dan weer het opmerkelijke debuut van Catherine Hardwicke. De film toont een glimp in de met seks en drugs overladen wereld van een dertienjarig meisje in Los Angeles. Het zal niet verbazen dat distributeurs in de Verenigde Staten niet happig waren om de film aan te kopen. Zeker als je weet dat de film gespeeld is door het meisje op wiens leven de film is gebaseerd. Een film die de vraag durft stellen of ouders de waarheid over hun tienerdochters wel willen weten of liever vasthouden aan de opgepoetste versies van hun leven.
In "Goldfish Memory" van Liz Gill tenslotte ziet Clara haar vriendje Tom Isolde kussen en dit is het begin van een kettingreactie van romances en gebroken harten, waarin elk personage een antwoord probeert te vinden op de prangende vraag wat een perfecte relatie eigenlijk is. Sommigen zijn ervan overtuigd dat die alleen in het huwelijk te vinden is, anderen houden meer van wekelijkse afspraken. Ze zijn het er wel allemaal over eens dat liefde het enige is waar ze niet zonder kunnen. Verliefd worden, uit elkaar gaan en altijd opnieuw dezelfde fouten maken ‑ iedereen zegt dat we van onze liefdesperikelen leren, maar is dat ook zo? En willen we wel echt veranderen? Deze charmante film geeft ons een luchtige kijk op het gevaar en het genot van verliefd worden, zowel voor hetero's als voor homo's, in het hedendaagse Dublin.

Vladimir Nabokov

Lolita is de heldin van het gelijknamige boek dat Vladimir Nabokov wegens allerlei tegenkanting slechts kon publiceren in 1955 in Parijs, bij Olympia Press een uitgeverij die gespecialiseerd was in porno. Het boek was allicht tot obscuriteit gedoemd, ware het niet dat Graham Greene bij de gebruikelijke nieuwjaarsvraagjes in de Sunday Times dit als zijn meest geliefde boek van het jaar opgaf. Niet helemaal onverwacht trouwens, want Greene is ook diegene die over Shirley Temple in "Wee Willie Winkie" schreef: "Infancy with her is a disguise". Hij sprak ook over haar "desirable little body" en had meteen een proces aan zijn been... In "The power and the glory" laat hij zelfs een seksueel actief meisje van zeven jaar optreden!
Het boek, “Lolita” dus, handelt over de bijzondere verliefdheid van een oudere man (Humbert Humbert) voor een meisje in haar prepuberteit (Lolita). Nabokov gebruikt daarvoor dus de termen nymfolepticus en nymfijn. "De Nabokov-nymfijn", zo schrijft Staf De Wilde die het Lolita-syndroom in het werk van Louis Paul Boon bestudeerde, "is een jonge demoon. De memonie is het wezenlijke onderscheid met de (pre-)puber, en gaat uit van de ambivalentie, de uiterlijke en innerlijke dubbelzinnigheid van dit meisjestype. Zij is een kind, naïef, seksueel onverschillig en lichamelijk nog onvrouwelijk. Maar zij is ook een vrouwelijk diertje, met een nukkig negativisme, pervers nieuwsgierig en seksueel bedreven..."
Maar waarom noemde Nabokov zijn jeugdige heldin nu juist "Lolita"? Dat zou kunnen te maken hebben met niemand minder dan... Charlie Chaplin. In 1924 huwde hij op 35-jarige leeftijd immers met de 16-jarige (Lo)Lita Grey, die hij zwanger had gemaakt.
In tegenstelling tot wat de meesten denken is Vladimir Nabokov (Sint-Petersburg 1899-Zwitserland 1977) niet op de vlucht voor de revolutie in de Verenigde Staten beland. Zijn vader was immers een democraat die nog voor de revolutie zijn hofuniform verkocht en door tsaristen werd vermoord. Gezien zijn aristocratische afkomst behoorde hij wel tot de Mensjivieken en toen die door de Bolsjevieken werden verslagen, dàn pas gingen de Nabokovs in ballingschap (met achterlating van al hun bezittingen), eerst in Londen, dan in Berlijn. Hier ontpopt (het woord is niet toevallig gekozen) Vladimir zich tot een vlinderspecialist, maar hij komt vooral aan de kost door anti-communistische teksten te publiceren in een tijdschrift voor Russische emigranten.
In 1932 publiceerde Nabokov het boek "Camera Obscura" (niet te verwarren met het gelijknamige werk van Nicolaas Beets uiteraard), dat in 1950 door hemzelf werd heruitgegeven als "Laughter in the dark" (in 1940 had hij met vrouw en zoon nazi-Duitsland de rug toegekeerd voor de VSA). Dit boek kunnen we als een voorloper van "Lolita" beschouwen, want ook dit gaat over een nymfolepticus en een nymfijn, "nymphette", zoals Nabokov het zelf schrijft.
"Lolita" zorgt voor schandaal, maar Nabokov beweert bij hoog en bij laag dat het hem enkel om de stijl is te doen: hij noemt zichzelf een volgeling van Gustave Flaubert. "Ik heb de morele invloed van de kunst nooit willen ontkennen," schrijft hij, "maar wat ik wél ontken en tot mijn laatste druppel inkt wil bestrijden is een plicht tot moraliseren: voor mij doodt gemoraliseer in een werk, hoe knap geschreven ook, iedere kunst."
Buiten zijn literair werk zal hij zich wel degelijk tot moraliseren laten verleiden. Hij zal zich vooral als anti-communist blijven manifesteren, o.a. in 1974 als Alexander Solzjenitsyn de Sovjet-Unie verlaat en hij hem zijn bijval betuigt. De nochtans erg intelligente Nabokov had dan ook een vernietigend oordeel over collega's die hij ook maar een beetje van linkse sympathieën verdacht: Louis Aragon, Jean-Paul Sartre en Saul Bellow natuurlijk, maar ook T.S.Eliot, Thomas Mann en zelfs de notoire fascist Ezra Pound.
Alhoewel men auteur en personage nooit met elkaar mag verwarren, toch kan men zich vragen stellen bij een auteur die steeds weer diezelfde fascinatie verwerkt in zijn boeken. Anderzijds dient gezegd dat Nabokov, zelfs bij zijn romanpersonages, de penetratie achterwege tracht te laten (als het dan toch gebeurt, zoals in "Lolita" b.v., is het vaak een ontwijding en een begin van het einde; dit is immers een uiting van "volwassen" seksualiteit). Of zoals hij in het postuum uitgegeven "De tovenaar" zegt: "Ik ben een zakkenroller, geen inbreker."
Toch gaat Herman Teirlinck in de vijftiende jaargang van het Nieuw Vlaams Tijdschrift (dat wil dus zeggen: in 1961, in hetzelfde nummer waarin de eerste aflevering van Claus' "De Verwondering" staat) briesend tekeer over de "marginaliën" bij Vladimir Nabokov en met name in zijn "Lolita". 't Strafste is nog dat Herman niet enkel suggereert, maar smikkelend en smullend tracht te bewijzen dat Humbert Humbert een alterego is van Nabokov. Volgens Teirlinck zou Nabokov immers als leraar aan een meisjeslyceum uit zijn ambt zijn ontzet. Teirlinck protesteert daar dan tegen, maar vindt het anderzijds normaal dat de ouders hun dochters uit dat lyceum wegnemen...
Eigenaardig: van zodra Lolita haar interesse voor H.H. verliest, komen er volgens onze Herman "mooie bladzijden". Teirlinck besluit zelfs: "Het monumentaal einde van het boek is onvergetelijk en in weerwil van mijn haat voor de menselijke ontaarding en een amorele laagheid, die mij voortdurend in zedelijke alarmtoestand heeft gebracht, zijn mij de tranen in de ogen gekomen. Hoe is het mogelijk, vraag ik mij nog af, dat op een zo stinkende mest een zo verheven, een zo reine bloei is opgestaan!" (blz.612)
Ook Hubert Lampo ging nogal uit de bol over dit boek: hij noemt het "semi-pornografie" en een "vervelend geval" en hij besluit dan ook dat hij "de aankoop ervan voor een gesubsidieerde bibliotheek met gelden van het ministerie niet kan toestaan."
Overigens, voor liefhebbers van het magisch-realisme: Lolita loopt van Humbert weg in Elphinstone. Nu is elphin een oudere spelling voor elfin (elf, nimfijn!), maar ergens zegt hij er wel bij dat hij niet te lang naar zijn deknamen zoekt. Hoe dan ook, misschien bestaat er wel een of andere legende over deze "elfensteen".
Sommigen vinden dat ook het incest-motief aanwezig is in "Lolita", aangezien Humbert Humbert de stiefvader is van zijn jonge geliefde. Hier gaat men dan wel voorbij aan het feit dat het huwelijk dat hem tot "vader" van Lolita maakte, enkel in functie van die passie werd aangegaan en dus weinig vandoen heeft met een echte stiefvader, iemand die een kind van kleinsaf heeft opgevoed. Als men een relatie wil tussen incest en Lolita dan kan men beter terecht in de boeken van Kathryn Harrison, zij het dat de dochter als 20-jarige een verhouding met haar vader die ze nooit heeft gekend is aangegaan (vergelijkbaar met het verhaal dat Humo ooit “een bekend Vlaams filmcomponist” in z'n schoenen heeft geschoven). In "Exposure", in het Nederlands ongelukkig vertaald als "Geschonden", gaat het eigenlijk meer over het Lolita-motief, want de vader-fotograaf zegt dat hij niets kan aanvangen met borsten en schaamhaar, waarop de dochter: voor dit laatste hebben ze toch het scheermes uitgevonden? Hiermee wordt wel voedsel gegeven aan de boude bewering van Goedele Liekens dat geschoren kutjes eigenlijk blijk geven van verdrongen of althans toch verborgen pedofilie.
Een andere veel voorkomende vergissing is dat men zegt dat de moeder van Lolita "zelfmoord pleegde" toen ze het dagboek van "haar echtgenoot" onder handen kreeg. Niets is minder waar! Ze loopt juist de straat op om aan de wereld de "verdorvenheid" kenbaar te maken! Maar precies op dat moment, omdat God blijkbaar partij heeft gekozen in dit conflict, wordt ze door een auto aangereden.
Ook in "De tovenaar", dat weliswaar postuum werd uitgegeven, maar vóór "Lolita" werd geschreven, trouwt het hoofdpersonage met de moeder van het kind, een moeder die in dit geval ziek is. Als ze een operatie ondergaat die tot volledig herstel zou moeten leiden, komt ook hier de Voorzienigheid tussen en loopt de ingreep fataal af. Thank you, Lord! Als later de tovenaar zijn toverstaf toch niet langer in bedwang kan houden, zal hij echter op zijn beurt een vreselijk lot ondergaan.
Net als Jef Geeraerts schreef ook Nabokov met het oog op een verfilming (dit lijkt wel de beste methode om ooit verfilmd te worden) en het zou dus interessant zijn om na te gaan of Stanley Kubrick inderdaad volgende raad opvolgt: na de beschrijving van een aantal "wanted" gangsters aan de muur van een postkantoor, schrijft hij: "Als U een film wilt maken van mijn boek, laat U dan een van deze gezichten langzaam overgaan in het mijne, terwijl ik kijk." (blz.236)
Andere Lolita's (naast Boon uiteraard) vinden we terug in de beginnende liefde tussen Amadour en Floride in de Heptamerone, in de geschriften van Casanova en bij Ronsard: "Quand ma nymphette en simple verduage...". In "Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan" van Louis Couperus is de figuur van Anton opmerkelijk. En dan is er ook nog "Grillige Kathleen" van René Gysen uit 1966, geen denderend werk (vooral het gegeven zelf komt niet duidelijk genoeg naar voren), maar toch ook niet te onderschatten.
René Gysen (1927-1969) is onder het pseudoniem John T.Lamoureux ook de auteur van de Engelstalige erotische roman "The French Way", die in 1963 bij Tower Publications in New York werd uitgegeven. Daarnaast vertaalde hij samen met Freddy De Vree en Gust Gils in 1965 "Juliette" van Markies de Sade, die hij trouwens reeds uitgebreid had verdedigd in een lang essay uit 1961: "De slecht befaamde Markies de Sade".
Gysen maakt overigens een grote fout bij zijn bespreking van "Lolita". Humbert neemt Lolita immers niet voor de eerste keer om zes uur 's morgens, maar wordt genomen door Lolita in de wagen, de avond ervóór. Bovendien hoort geslachtsgemeenschap volgens mij niet inherent bij nymfolepsie. De onvoldaanheid, het onbevredigd zijn zowel van de nymfet als van de nymfolept is immers een constante en het kind in de nymfet blijft even belangrijk als de vrouw (in tegenstelling tot kindvrouwtjes à la B.B.). Daarom is gemeenschap steeds verkrachting en leidt ze niet zozeer tot onvoldaanheid maar tot vernietiging. Zowel van zichzelf, als van de nymfet (ze is na de ontmaagding namelijk geen nymfet meer, maar een gewone, al dan niet aantrekkelijke, jonge vrouw) én van de relatie, het raakpunt, het magische, het mysterieuze.
Een vrouwelijke tegenhanger van "Lolita" werd in 1993 gepubliceerd door Geneviève Dormann: "La petite main" (Albin Michel, 1993, 306p.). Het werk is geïnspireerd door haar gerechtsjournalistiek, waarbij ze wel vaker volwassen mannen heeft terecht weten staan die eigenlijk het "slachtoffer" waren. Dat ze dus ontkent dat haar boek een vrouwelijke "Lolita" is omdat "de perversiteit bij het meisje ligt", is dus eerder een bevestiging dan een ontkenning! "De duivel bestààt," zegt Dormann, "in die zin dat er mensen zijn die er echt op uit zijn anderen schade te berokkenen. Mijn hoofdpersonage is er zo één."
Dat kan men ook zeggen van Ewa uit "Meisje Niemand" van Tryzna Tomek. Alhoewel ze haar vernietigingskracht vooral op haar vriendinnetjes uitoefent, komen - gewoon als spel - soms ook volwassen mannen aan bod. Er is trouwens ook een klein nevenverhaal over één van die vriendinnetjes, Magda, die om schulden af te betalen haar kutje laat likken door een oude man van zo'n zeventig jaar. Ook als hij geen dollars meer ontvangt uit het buitenland, gaat ze er toch mee door.
In 1993 verscheen ook "Mannelijk naakt" van Amanda Filipacchi, waarin Jeremy Acidophilus (!), een toevallig naaktmodel voor "Playgirl", wordt verleid door een elfjarige Lolita.
En in 1994 veroorzaakte Gabriël Matzneff (°1936) ophef met zijn "La prunelle de mes yeux", over zijn (waar gebeurde) verhouding met de 14-jarige Vanessa (in 1974 had hij het in "Isaïe réjouis-toi" ook al gehad over zijn verhouding met een 15-jarige jongen).
Begin 1995 verscheen dan (bij het Davidsfonds nog wel, maar wel nadat ze Infodok hadden overgenomen) "Beeld van een meisje" van Wim Daems, waarin de tiener Evelien haar eerste erotische ervaringen opdoet in het atelier van haar vader-beeldhouwer en nadien bij een charmezanger die ze bewondert. Het verhaal maakt echter vooral ophef omdat het zonder tegenwoord het revisionisme aan bod laat komen (het ontkennen van het bestaan van de gaskamers).
In 1996 tenslotte (voorlopig) verscheen "Dagboek van Lo" van de Italiaanse Pia Pera. Zij vertelt exact hetzelfde verhaal als Nabokov, maar dan vanuit het oogpunt van Lolita.
Ook de Belgisch-Franse schrijfster Jacqueline Harpman vertelt in "Het strand van Oostende" een Lolita-verhaal vanuit het standpunt van de Lolita in kwestie. En dat die niet altijd "slachtoffer" zijn, wordt bewezen met de openingszin: "Zodra ik hem zag, wist ik dat Léopold Wiesbeck de mijne zou worden. Ik was elf jaar, hij vijfentwintig." Deze zin wordt met heel veel nadruk geciteerd door Eriek Verpale in De Standaard der Letteren van 30/1/1997, ongetwijfeld omdat ook hij in zijn boeken voortdurend het Lolita-thema ter sprake brengt...
Een merkwaardige variante op het Lolita-thema vinden we tenslotte bij de Amerikaanse Anne Rice (°1941) en dan wel in haar bekendste roman "Interview with the vampire" (1976), waarin de jonge Claudia aanpapt met hoofdfiguur Lestat. Hoe ongelooflijk het ook mag lijken, dit boek was een vorm van therapeutisch schrijven en dan nog wel als reactie op het overlijden aan leukemie (!) van haar zesjarig dochtertje Michelle. Dit wordt uiteraard gereflecteerd in Claudia, het kleine vampiertje. Claudia was trouwens de bijnaam van Michelle. Rice onderscheidt zich dan ook van andere "vampierenauteurs" door er ook de "positieve" kanten van te zien (het eeuwige leven, de eeuwige jeugd). Dat ze daarvoor vers bloed nodig hebben wordt als een noodzakelijk kwaad gezien en sommige vampieren trachten zich zelfs met dierenbloed te behelpen, ook al schijnt dat vreselijk slecht te smaken. Anderzijds zit er aan die "eeuwige jeugd" ook een keerzijde: Claudia verwijt Lestat dat hij er de oorzaak van is dat ze wel geestelijk maar niet lichamelijk evolueert (waardoor er een erotische spanning ontstaat) en ze zal dan ook wraak nemen.

Ronny De Schepper

Selectieve bibliografie
Erica Jong besteedt een hoofdstuk aan de bespreking van Lolita in "What do women want?" (Bloomsbury, 1999)
Marco Kamphuis, "Tamara" (Kwadraat, 1999)

vrijdag 1 februari 2008

MEI ’68 IN VLAANDEREN: "LUDIEK" OF "KEIHARD"?

Herinnert u zich deze nog? In een of andere "progressieve" kroeg, allé pakweg "De Muze", vraagt de ene langharige aan de andere: "En wie heeft het bij u thuis voor het zeggen?" "Oh, dat is mooi verdeeld," antwoordt de aangesprokene, "ik neem de grote beslissingen en mijn vrouw de kleine. Dat wil zeggen: ik bepaal bijvoorbeeld wie het bij het rechte eind heeft in de oorlog in Vietnam en mijn vrouw wie de afwas gaat doen..."

Als het waar is dat men in moppen best de tijdsgeest van een bepaalde periode weervindt (en dat is waar), dan geeft deze grap heel goed de sfeer van de jaren zestig weer: het lange haar, de vrouwenemancipatie, de kroegencultuur, de oorlog in Vietnam, de inspraak-idee... het zit er allemaal in.
Nadat men gedurende lange tijd het anarchisme volledig dood had gewaand, kreeg het plots een vernieuwde belangstelling tijdens de meirevolte van 1968 in Parijs. Dit kwam tot uiting in opschriften zoals "Il est strictement interdit d'interdire"; "Il est douleureux de subir ses chefs. Il est encore plus bête de les choisir"; "L'âge d'or était l'âge ou l'or ne regnait pas"; "L'imagination prend le pouvoir"; "Le respect se perd, n'allez pas le rechercher" en het zeer poëtische "Dessous les pavés, c'est la plage". Ook de provobeweging in Amsterdam en vooral de Kabouterbewe­ging vertoont onmiskenbare analogieën met het anarchisme, vooral dat van Kropotkin.
In Vlaanderen begon het allemaal aan de Leuvense universiteit met de strijd voor “Leuven Vlaams”, een oerflamingantische kreet die op het eerste zicht weinig van doen heeft met het “sous les pavés il y a la plage” van de Parijse Sorbonne. Maar als we dan zien dat de voortrekkers van deze studentenbeweging linkse rakkers waren als Paul Goossens, Ludo Martens en Chris Merckx, dan wordt de link alvast wat duidelijker...

Frank Winter: de veranderde levensstijl van de arbeidersklasse

Hoe de Leuvense "revolutie" naar Gent werd geëxporteerd, daarover kan Frank Winter sappig vertellen. Zijn naam laat het niet onmiddellijk vermoeden en ook zijn identiteitskaart is misleidend (hij is ondertussen genaturaliseerd), maar deze man is eigenlijk afkomstig uit Nottingham. Dat vergt dus vooraf enige uitleg...

Frank Winter: In Cambridge heb ik een postgraduaat Engelse linguïstiek gedaan, wat o.a. inhield Engels aanleren aan vreemdelingen. In die tijd was er nog werk, ik kon dus kiezen tussen een aantal aanbiedingen en uiteindelijk heb ik geopteerd voor het seminarie voor Engelse taalkunde in Gent.
- Was je in Engeland al politiek geïnteresseerd?
Frank Winter: Eerst was ik lid van de Young Communist League en vanaf 1960 van de Communist Party zelf. In Nottingham was er niks aan de hand, maar toen ik in contact kwam met de partijafdeling aan de universiteit van Cambridge, begonnen zich een aantal wrijvingen voor te doen. Je moet weten dat in die tijd geregeld mensen werden doodgeschoten aan de muur van Berlijn en ik had het daar nogal lastig mee. Maar dat stond niet ter discussie en uiteindelijk heeft men mij uitgesloten uit de partij "wegens Trotskisme". Ik wist op dat moment niet heel precies wat dat was, maar voor de Communist Party stond Trotskisme toen gewoon voor "alles wat slecht was", punt gedaan.
- En met die politieke achtergrond arriveerde je in 1967 in Gent...
Frank Winter: Precies. Midden in de heibel rond "Leuven Vlaams". Je kunt wel begrijpen dat heel die problematiek voor mij Chinees was. Ik heb er weliswaar niet zo heel lang over gedaan om Nederlands te verstaan - misschien zo'n maand of zes - maar dàt was niet het grote probleem, wel dat die stakingen, vooral van scholieren, blijkbaar werden gesteund door bepaalde takken van het katholiek onderwijs! De Blandijnberg was voor die scholen bijvoorbeeld toen reeds een actiecentrum, maar dan bleken die daar te arriveren onder begeleiding van hun leraars! Dat was dus allemaal op z'n zachtst gezegd een beetje dubbelzinnig. Die betogingen waren een soort van sport. Die vonden meestal plaats aan het bisschoppelijk paleis en als de rijkswacht dan ter plaatse kwam, stoven die jongelui vrij snel uit elkaar, richting Kuiperskaai, het toenmalige uitgangscentrum met veel dancings en dergelijke, dat vlak in de buurt lag.
Aan de universiteit was men ondertussen begonnen met "werkgroepen" op te richten die zich vooral met inhoudelijke zaken bezighielden. Zo waren er bijvoorbeeld discussies over de functie van het middelbaar onderwijs in de overdracht van de ideologie van de bourgeoisie, de aanwezigheid van arbeiderskinderen in het hoger onderwijs en al dergelijke zaken. Veel sociologische pedagogie kortom, niet uitdrukkelijk politiek.
Op al deze activiteiten had SVB (de Studentenvakbeweging) geen echte greep. Dat in tegenstelling tot Leuven waar Paul Goossens en de zijnen werkelijk pakken werk verzetten. Men was daar vooral rond de Derde Wereld bezig en iedere deelnemer kon dan 's vrijdags naar zijn dorp trekken met een stapel kersverse brochuurtjes onder de arm over het behandelde thema van die week. En in de Derde Wereldbeweging Menen, om nu maar iets te zeggen, gaf de student in kwestie dan de uitleg door die hijzelf in Leuven had gekregen.
In Gent waren echter enkel sterk gepolitiseerde figuren lid van SVB. Ik vermoed dat men dan in Leuven heeft beslist om dat aanmodderen in Gent een beetje in structurele banen te leiden en daarom werd in oktober '68 Ludo Martens naar Gent gestuurd. Die werd natuurlijk als een held ingehaald: eindelijk had Gent ook zijn studentenleider! En al meteen werd hij in een martelaarsrol geduwd, want de universitaire overheid weigerde hem in te schrijven, waarvoor men dan de straat kon optrekken, enzovoort, enzovoort.
Geruggesteund door SVB, maar ook op basis van zijn persoonlijke autoriteit, dat moet ik toegeven, is Martens dan die werkgroepen beginnen afreizen om daar het SVB-systeem in te voeren. "Tegen volgende week lezen we allemaal dit boek en bespreken het tesamen. Jij daar, wat staat er in het eerste hoofdstuk?" De lol was er dus al vlug af. Die vergaderingen begonnen zowaar een beetje op de zo gecontesteerde cursussen te gelijken!
Je moet dat ook zien tegen de achtergrond van mei '68. Als er daar sprake kon zijn van enige politieke stroming, dan was het wel het anarchisme. Enfin, dat had natuurlijk niets vandoen met de traditionele anarcho-syndicalistische beweging, dat was eerder spontaneïsme, maar dat woord werd toen niet gebruikt.
Hoe dan ook, de idee van ieder doet zijn zin zat er diep in bij de mensen en de noodzaak van vorming en organisatie veel minder. Tegen die achtergrond moet je ook die avond over pornografie zien, waaruit dan de zogenaamde Maartbeweging in 1969 is voortgekomen. Toen die avond immers verboden werd, trok men naar het rectoraat, waar de politie hardhandig tussenbeide kwam, zodanig dat men dan nogal opgewonden de faculteit van de rechten binnenviel waar toevallig die avond een druk bijgewoond debat over zin en onzin van het jurystelsel plaatshad. Martens heeft daar dan de sprekers van het podium gedreven zeggende: "Wat zitten jullie hier eigenlijk te lullen, terwijl buiten mensen in elkaar worden geslagen omdat ze een eigen mening willen hebben!" Dat was dus de breuk met die "brave" activiteiten tot dan toe.
Toch was het slechts in de laatste fase van de Maartbeweging dat er een kristallisatie begon op te treden van de Trotskisten enerzijds en de groep rond Martens anderzijds die echter zeker nog niet Maoïstisch was. Ik herinner me zo een volksvergadering van zeker 400 tot 500 man, waarop werd gediscussieerd over de slogans die men in een bepaalde betoging zou meedragen. Nu, voor een hoop mensen was dit op zich al totaal krankzinnig: je droeg toch wel de slogans mee die je wilde, zeker! Een aantal mensen hebben dan de zaal verlaten, maar er bleef toch nog vrij veel volk over om zich uit te spreken over de slogan "vakbonden verkocht" van de mensen rond Martens of "vakbondsleiding verkocht" van de Trotskisten. Ik geloof zelfs dat er uiteindelijk niets uit de bus is gekomen. De krachtsverhoudingen waren immers kifkif en de meerderheid van het publiek verstond het toch niet. Van zodra de beweging zich dus met de sociale problematiek begon bezig te houden was de eensgezindheid reeds zoek. Maar om eerlijk te zijn, de Maartbeweging is gewoon geëindigd omdat de examens voor de deur stonden (lacht). Zo simpel was dat: gedaan met de kermis.
De harde kern die daarna overbleef heeft dan op voorstel van Martens een blad uitgegeven dat "Beweging" heette en zelfs wekelijks verscheen, men kon zich daarop dus abonneren. Op een bepaald ogenblik kregen de abonnees echter plotseling "China reconstruct" in de bus. Van toen af was het nogal duidelijk welke kant men opging. Daarop besloten de Trotskisten een debatavond te organiseren met Ernest Mandel om nu eindelijk eens toe te lichten wat het Trotskisme eigenlijk was. Daar kwam heel veel volk op af, ook de fractie van Ludo Martens die de laatste drie rijen in het auditorium innam. Nu, toen Mandel aan het polemiseren was met de spontaneïsten door de nadruk te leggen op vorming en scholing en Martens bij een tussenkomst dan de naam van Mao Tse Toeng liet vallen, pikte Mandel daarop in door te zeggen: "Ja maar, heeft diezelfde Mao geen tientallen jaren gespendeerd aan het oprichten van een communistische partij?" Waarop Martens repliceerde: "Precies. En dat gaan wij nu ook doen." Dat sloeg in als een bom, want voor de meeste toehoorders was dat de eerste keer dat men iets vernam over de oprichting van een nieuwe communistische partij.
- Hoe zat het trouwens ondertussen met de "oude" communistische partij?
Frank Winter: In het stadium dat de studentenbeweging hoegenaamd nog niet politiek gestructureerd was, zijn een aantal onder hen aan Michel Vanhoorne gaan vragen of ze de infrastructuur van de toenmalige KP konden gebruiken. En effectief, een tijdlang werden de pamfletten van de studentenbeweging afgedraaid in de Sleepstraat. Maar ook hier is dat debat over de slogan tegen de vakbond het breekpunt geweest. Michel heeft daar het woord genomen en gezegd dat hij zich min of meer verraden voelde als ACOD-vakbondsmilitant. Jammer genoeg heeft hij zich dan ook tot uitspraken laten verleiden zoals "daarenboven zullen de arbeiders wel zelf bepalen of ze een vakbond nodig hebben of niet", waarop hij werd weggejouwd. Maar ik heb de indruk dat hij eender wat mocht hebben gezegd, dat hij toch zou worden uitgejouwd. Het was duidelijk dat men op een breekpunt stond en vergeet niet dat het juist de fractie van Martens was die in de Sleepstraat zat, want de Trotskisten hadden zelf een infrastructuur (in "het huis van Onslievevrouwke" op de Blandijnberg, nu de Afkikker, RDS). Bovendien hadden tegen die tijd ook de studenten een eigen infrastructuur uitgebouwd in De Brug, het studentenrestaurant.
De KP was trouwens zwaar gehandicapt omdat de communistische studenten een paar jaar voordien zo goed als van de kaart waren geveegd omwille van het sino-sovjet-geschil. Iedere communistische studentenbeweging werd toen immers onder druk gezet kleur te bekennen, ofwel voor China, dat hier toen door Grippa werd vertegenwoordigd, ofwel voor Moscou. Concreet heeft dat er in Gent toe geleid dat een aantal mensen naar de Trotskisten overgekomen zijn, zodat de VKS (Vlaamse Kommunistische Studenten) met een veel te klein aantal was om politiek zwaar door te wegen. Anderzijds moet ik wel zeggen dat ik in Antwerpen heel goede contacten heb gehad met KP-mensen uit de sector petroleum, die zich zeker niet sectair hebben opgesteld.
- Maar globaal gezien is de studentenbeweging er blijkbaar niet in geslaagd een brug te slaan naar de arbeidersbeweging?
Frank Winter: Naar dat deel van de arbeidersklasse waarnaar een brug kon geslagen worden is dat wél gebeurd. Het probleem is alleen dat men de revolutionaire capaciteit van de arbeidersklasse in haar geheel heeft overschat. Vergeet niet dat we toen in de naoorlogse periode zaten met sociale vrede, de rol van de vakbondsleiding, de socialistische partijen die veranderden van natuur, de veranderende levensstijl enzovoort. Wat wij dus verkeerd hebben ingeschat is het feit dat de arbeidersklasse sedert de oorlog materieel een grote vooruitgang had geboekt en dat die mensen niet bereid waren om dat zo maar op het spel te zetten...

Joke De Leeuw: een storm in een glas water

In 1988 verscheen een brochure onder de titel "20 jaar RUG-studenten in actie". De kaft van de brochure vermeldde ook nog "student/ludiek/keihard" en helaas dekte deze tweeslachtigheid ook de inhoud. Het "ludieke" slaat dan ook niet enkel op de toon van bepaalde politieke acties, maar behelst ook puur studentikoze manifestaties als Gravensteenstoeten en Twaalfurenlopen. Een onvermijdelijk gevolg daarvan is uiteraard dat de politieke studentenstrijd niet alleen gerelativeerd wordt (want dat is op zich niet zo erg, integendeel het is zelfs nodig op momenten dat we dachten met honderd manifestanten het televisienieuws te kunnen halen), maar ook geridiculiseerd. En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn.
Want als er één terrein is waar de studenten toch wel hun uiterste best hebben gedaan om de arbeidersbelangen te verdedigen, dan is het bijvoorbeeld aan de Limburgse mijnen. Zou men dit op het eerste gezicht als het privé-jachtterrein van de Maoïsten kunnen beschouwen, dan werd in een reportage in het ter ziele gegane weekblad "De Post" nochtans Joke De Leeuw als boegbeeld naar voren geschoven. En Joke was - en is nu nog altijd (en dit in tegenstelling tot Frank Winter) - een Trotskiste. How come?
Joke De Leeuw: Toen de studentenbeweging zich nog volop aan het structureren was, is de mijnstaking uitgebroken en de SJW (Socialistische Jonge Wacht, jongerenafdeling van de RAL, nu dus SAP, RDS) heeft dan beslist om daarheen te gaan omdat dit de enige manier was om onze ideeën in praktijk te brengen. We zijn daar heel goed ontvangen, want het was wat men noemt een "wilde" staking en die mensen hadden dus grote organisatorische problemen. Een aantal dingen werden anders immers automatisch door de vakbond gedaan: het vertalen, afdraaien en verspreiden van pamfletten, het bijeenbrengen van mensen in regelmatige vergaderingen waar beslissingen werden genomen op een formele manier enzovoort.
- Dat is dus allemaal vrij gelijklopend met wat Amada toen deed. Een verschil is echter wel dat Amadezen de raad kregen hun studies te laten voor wat ze waren en meteen zelf maar arbeider te worden. Dat deed SJW niet?
Joke De Leeuw: Neen. Wij stelden: de studenten moeten ten dienste staan van de arbeidersstrijd, maar de beste manier om dat te doen is bijvoorbeeld via basiswerk in de faculteit het probleem te stellen van de solidariteit met de arbeiders.
- Was ook aan de mijnen die discussie tussen "klein links" hinderlijk?
Joke De Leeuw: Dat was geweldig moeilijk. De Maoïsten wilden namelijk van geen samenwerking weten. Wij hadden ons eigenlijk ten dienste gesteld van het permanent comité van de organisatie van de mijnwerkers. Wij zeiden dus ook dat zij lid moesten blijven van de vakbond en die proberen om te buigen naar een combatieve vakbond. Dat was het politieke verschil met de Maoïsten die op dat moment zeiden: scheur uw lidkaart kapot. Hun hulp bestond dan in Mijnwerkersmacht, die als doel had in de plaats te treden van de syndicaten. Dat leidde tot een heel groot sectarisme. Het was bijvoorbeeld onmogelijk om met Mijnwerkersmacht afspraken te maken om piketten te vormen of een betoging te organiseren. Wij werden beschouwd als vijanden van de strijd. Nadien zijn ze wel wat bijgedraaid omdat het permanent comité de effectieve leider van de staking bleek te blijven. De leiders daarvan, met op kop toen Slegers, waren mensen die echt heel gekend waren en aanvaard werden door alle mijnwerkers. Die begrepen dan ook niet waarom er een concurrentie moest komen met Mijnwerkersmacht.
- Nochtans kom je ook voor in het fameuze "Blauwe Boekje" van de Gentse Studentenbeweging (GSB) en die was zogezegd wel neutraal, maar eigenlijk toch heel sterk Maoïstisch geïnspireerd...
Joke De Leeuw: In het begin niet, hé! En dat "Blauwe Boekje" wàs het prille begin, want dat is gemaakt in de paasvakantie, dus amper een maand na de Maartbeweging. De mensen die dat boekje hebben gemaakt, lagen nadien wel aan de oorsprong van de Maoïstische beweging in Gent, dat is waar, maar er waren nu eenmaal een paar figuren die té bekend waren om ze te kunnen negeren. Trouwens ik ging toen nog naar de vergaderingen van die groep, alleen waren de meningsverschillen heel rap duidelijk. Het grootste zijnde dat Ludo Martens weigerde nog verder te discussiëren over het doel van de studentenbeweging. Wij wilden zoals reeds gezegd die beweging uitbouwen op het vlak van de structuren, dus de faculteiten en dergelijke, terwijl zij de meest extreme elementen liever wilden radicaliseren om hun Maoïstische groep uit te bouwen. Dus naar de fabrieken trekken en eigenlijk het terrein verlaten. Maar het spreekt vanzelf dat dit slechts voor een heel klein aantal mensen van toepassing kon zijn.
- Dat waren dan de zogenaamde "betaalde agitatoren" waarmee Vanden Boeynants kwam aandraven...
Joke De Leeuw: Dàt was klinkklare onzin natuurlijk. Alle mensen die ik ken waren wel degelijk student destijds. Nadien zijn er een aantal die permanent voor een partij zijn gaan werken, maar dat is hun volste recht, hé! Trouwens, wie zou er betaald hebben? De KP had het kunnen doen, maar heeft het niet gedaan. Er is dus niets geweest dat van buitenaf in de studentenbeweging infiltreerde. Al die wilde verhalen zijn rationalisaties van mensen die zich niet goed in hun vel voelen omdat ze de boot hebben gemist.
- Maar als jij daar zoveel jaren later op terugkijkt, zowel op het algemeen maatschappelijk vlak als meer persoonlijk: was het dan uiteindelijk niet veel meer dan een storm in een glas water of heeft het wel degelijk iets teweeggebracht?
Joke De Leeuw: Ik vrees dat het op maatschappelijk vlak een storm in een glas water is geweest. Er was geen politiek middel om echt vooruit te geraken. Er was geen revolutionaire partij of zelfs geen minimum aan organisatie die mensen kon opvangen en de band met de arbeidersbeweging echt in praktijk brengen. Van de andere kant is vooral de opstand in Leuven toch wel de basis geweest voor de radicalisering van een aantal intellectuelen, die voor hun generatie dan toch aan de opbouw van een revolutionaire partij zijn begonnen, met name dus de SAP of de PVDA. Dat niet iedereen is blijven militeren kon men natuurlijk bij voorbaat weten. Een intellectueel heeft immers altijd de kans om zijn diploma wel degelijk te gebruiken in zijn leven. En als het militeren je dan te zwaar weegt, omdat je in een minderheid zit, dan zijn er automatisch mensen die afhaken. Maar de anderen, die hebben dan toch de brug gelegd met de "oude garde" van de staking 60-61. Anders was die band misschien verloren gegaan...

Ronny De Schepper

Walter Moeremans

Vic Moeremans verliet tijdens de oorlog de KNS voor het nieuw opgerichte Nieuwe Vlaamse Volkstoneel van Marcel Ameye, één van de leerlingen van Staf Bruggen. Alhoewel het zich niet weerspiegelde in de keuze van de stukken was dit wél het gezelschap van de D-Vlag. De acteurs, of alleszins toch Moeremans, waren zich daar niet van bewust, al is hij wel zo eerlijk om eraan toe te voegen: "Ik zeg niet dat ik het niet zou hebben gedaan als ik het wél geweten had." Hetzelfde geldt trouwens voor de weigering om op te treden aan het Oostfront. Het betrof hier immers geen principieel verzet, ze waren gewoon bang. Op vraag van Staf Bruggen werd de naam nadien overigens veranderd in Volkstoneel. Moeremans werd na de oorlog tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld, die hij ook heeft uitgezeten.
Zijn zoon Walter regisseerde in 1978 "Menuet" van Boon in KVS met Marc Bober, Gerda Marchand, Gilda de Bal, Fred Robion en Sjarel Branckaerts. Ik heb er toen voor gezorgd dat we met een aantal leerlingen van het atheneum van Dendermonde daar naartoe zijn geweest. Dat is helaas niet zo goed afgelopen, want nadien zijn we met z'n allen nog iets gaan drinken in de jeugdclub en bij het naar huis rijden, knalde één van de begeleiders-leraars, Paul Elen, tegen een muur, met een zeer lange revalidatie als gevolg.
Toen in december '89 vader en zoon Moeremans samen op de planken van Arca stonden voor "Geliefd Monster" van Javier Tomeo vertelde Walter in een interview met "De Gentenaar" dat hij van het NTG naar Arca was overgestapt om "met die jongere mensen waar ik vertrouwen in heb (te) werken, aanpikken met wat vandaag aan de orde is." En een paar jaar later stelt hij dan ook nog heel ferm: "Ik kreeg in drie jaar tijd zoveel inzicht als in de vijftien jaar daarvoor."
Het mag dan ook duidelijk zijn dat het hier niet om "die jongere mensen" gaat, dan wel om de respectievelijke directeurs. Het kan toch geen toeval zijn dat Moeremans, die in de fameuze beleidsgroep van het NTG heeft gezeten, terugkeert op een moment dat Jef Demedts de plaats ruimt voor Hugo Van den Berghe, ook een gewezen lid van die beleidsgroep. Samen met o.a. Jean-Pierre De Decker verliet Moeremans trouwens het NTG toen Jef Demedts de beleidsgroep opdoekte en autonoom de leiding in handen nam. En dat is nu net hetzelfde als wat Moeremans Arca-directeur Jo Decaluwé verwijt.
Als laatste productie regisseerde hij in de Gentse Arca-schouwburg "Derniers Détails" van Gildas Bourdet (°1947). Walter Moeremans kondigde oorspronkelijk aan dat hij, geheel in de lijn van Arca's "merkwaardige locaties", dit stuk wilde laten spelen in een caravan onder een viaduct voor een autosnelweg. Dit zou dan een vorm van hyperrealisme geweest zijn, want daar speelt het verhaal zich inderdààd af. Met ons ongunstige klimaat is het misschien nog niet zo heel erg dat deze (nochtans gedurfde) vondst geen doorgang heeft gevonden, te meer daar het decor van Niek Kortekaas gewoontegetrouw toch wel heel verdienstelijk was.
Met primitieve middelen wordt de omgeving van de autosnelweg opgeroepen en via een draaiplateau kunnen we zowel voor als achter de caravan kijken. De achterkant is bovendien open, zodat we ook even voyeur kunnen spelen. Want voyeurisme, daar gaat het eigenlijk om in dit stuk. Niet het eng seksuele voyeurisme (al is erotiek als oerdrift nooit ver uit de buurt bij Bourdet) maar eerder de ongezonde nieuwsgierigheid waarmee mensen elkaar benaderen. Zeker als het gaat om mensen die bewust voor een leven in de marginaliteit hebben gekozen.
Waarom Edmée, een reusachtige granieten volksvrouw (pakkend gespeeld door Annie Moortgat, een amateur uit het Aalsterse, maar van amateurisme valt er hier niets te merken) daarvoor gekozen heeft, blijft het hele stuk door vaag, maar haar "cavalier", ene Symphorien Bauer (Bert van Tichelen die in zo'n rollen altijd op zijn gemak is), die heeft wel een geheim te verbergen. Achter dit geheim tracht de 35-jarige fotograaf Simon Lévêque te komen (ook al een goede prestatie van Hans Royaards), omdat hij tot op zekere hoogte dezelfde levensloop heeft gekend als Bauer, maar daarna zijn ze totaal verschillende wegen uitgegaan. Hoe is dat nou precies gekomen? vraagt Lévêque zich af. En had het ook net andersom kunnen zijn?
Om in het kleine gezinnetje te infiltreren, wendt hij voor verliefd te zijn op Sonja, de 30-jarige dochter van Edmée, die trouwens ook een merkwaardige haat-liefde verhouding heeft tot de relatief jonge minnaar van haar moeder. Wanneer Sonja echter (uit berekening? uit liefde?) voor Lévêque haar man in de steek wil laten, loopt een en ander uit de hand en dienen er dus nog een paar "derniers détails" te worden geregeld...
De dochter wordt gespeeld door Sien Eggers. Net als de twee andere akteurs is zij kwa leeftijd niet zo erg goed gecast, maar zij maakt dit goed door een nerveuze, haast hysterische speelstijl, b.v. wanneer Bert Van Tichelen haar de geneugten van het 9de klavierconcerto van Woolfie leert kennen. Het leverde haar in 1992 de Vlaamse theaterprijs op.
Enkele maanden later speelde Moeremans in het NTG reeds de hoofdrol in "Bij Jules en Alice" van Tom Lanoye, nadat hij eerst was aangezocht om de rol van de vijfvoudige moordenaar Freddy Horion te vertolken in het stuk "Monster zonder waarde" van Paul Koeck. Aangezien de moorden in Sint-Amandsberg bij Gent hebben plaatsgehad, werd het stuk op vraag van de nabestaanden afgelast.
Daarna speelde hij in "Misdaad en straf". Oorspronkelijk zou de roman "Misdaad en straf" van Fjodor Michaelevitsj Dostojevski voor het NTG worden bewerkt als "De lawine van later" door Johan de Boose, oprichter van Theater Barrikade en gedurende enkele jaren medewerker van de Poolse theaterlegende Tadeusz Kantor. Het was tevens de bedoeling dat de regie zou worden gevoerd door Eric De Volder. Maar van dit alles is "door meningsverschillen" uiteindelijk niks in huis gekomen. Men opteerde dan maar voor de bewerking die de Poolse filmregisseur Andrzej Wajda voor een Pools gezelschap had gemaakt, dat daarmee in '89 nog in De Singel te gast was.
Er werd ook een vierkoppig regisseurscollectief (actrices Blanka Heirman en Els Magerman samen met de dramaturgen Pjeroo Roobjee en Frans Redant) samengesteld, wat het ergste deed vermoeden, maar dat wil nog meevallen. Volgens dramaturg Frans Redant is die oprichting van dat collectief trouwens een formele aangelegenheid, want in werkelijkheid werd er eerder in een soort van workshop-formule gewerkt, een formule waar Redant als oud-68'er nog altijd met heimwee naar omkijkt, maar waar ook... De Boose in zijn Theater Barrikade mee werkt!
Redant voegde er in "Het Laatste Nieuws" nog aan toe dat de mislukking van dit experiment met nieuwe en jonge mensen deel uitmaakt van de risico's die het NTG onder Hugo Van den Berghe wil nemen.
In zijn boek wil Dostojevski aantonen dat niemand zich boven de wet kan plaatsen, dat niemand ongestraft in de fout kan gaan. En dat is dus ook bij het NTG het geval, want ondanks het feit dat de voorstelling nog min of meer op haar pootjes valt, toch doen de fouten bij de voorbereiding afbreuk aan het totaalbeeld. Zo waren er b.v. voor de De Boose-bewerking nogal wat nevenfiguren voorzien die er in de Wajda-versie voor spek en bonen bijlopen. Het is echt triestig te moeten aanzien hoe acteurs als Magda Cnudde (in een travestierol asjeblief!), Mark Willems, Eddy Spruyt, Erik Van Herreweghe of Bob Van der Veken voor vijf minuten worden opgevoerd, waarna ze weer naar het artiestenfoyer mogen verdwijnen tot ze moeten komen groeten.
Sonja's katalyserende functie werd helemaal weggeknipt. Of de fout hier bij het N.T.G. ligt of bij de tekst van Wajda is me niet helemaal duidelijk, maar wat ik wel weet, is dat men in de fout gaat omdat het belang van de tweede moord (op Lisavjeta, niet toevallig een vriendin van Sonja) volledig wordt onderschat. Raskolnikov achtte zich als Übermensch immers gerechtigd om een "luis" als de woekeraarster Aljona Ivanovna te vermoorden. Hij kient daarvoor de "perfecte moord" uit, maar wanneer onaangekondigd Lisavjeta op het toneel verschijnt en hij die ook "moet" vermoorden, wordt zijn schuldgevoelen op gang gebracht. De N.T.G.-versie gaat hieraan voorbij en dààr knelt het schoentje.
Trouwens, waar Dostojewski, net als in zijn "Gebroeders Karamazov", bepaalde ingrediënten van de thriller gebruikt om zijn ideeën te verkondigen, dan wordt het in de theaterversie om technische redenen wel louter een praatstuk. Men begint immers nà de moord en men eindigt op het moment dat Raskolnikov de moord toegeeft.
Maar als ik dan zoveel kritiek heb, waarom doe ik dit dan niet meteen af als een mislukte voorstelling? Omdat de twee hoofdpersonages, Eddy Vereycken als Raskolnikov en Walter Moeremans als onderzoeksrechter Porfiri, schitterend acteren. Eddy Vereycken toont na zijn mislukte regie van "Bij Jules en Alice" van Tom Lanoye, waarmee het NTG-seizoen opende, nogmaals dat hij een veel sterker acteur is dan regisseur. Walter Moeremans van zijn kant bevestigt na zijn hoofdrol in datzelfde "Bij Jules en Alice" dat zijn terugkeer naar zijn oude stal een aanwinst is voor het gezelschap.
Toen dan Jean-Pierre De Decker als nieuwe directeur van het NTG werd aangeduid, kondigde hij aan dat negen van de elf acteurs werden ontslagen. Die negen waren: Herman Coessens, Lieve Moorthamer, Jef Demedts, Roger Bolders, Chris Boni, Blanka Heirman, Els Magerman, Walter Moeremans en Nolle Versyp. Het kwam erop neer dat enkel Magda Cnudde en Eddy Vereycken mochten blijven.
Van dan af heb ik niks meer van Walter Moeremans gehoord, tot hij op 1 februari 2008 plotseling opduikt in de VRT-soap “Thuis” als vrijer van... Chris Boni. In de cast vindt hij ook zijn ex-vrouw Janine Bischops weer.